Vredeskerkers

Welkom in de Vredeskerk

Sinds ruim veertig jaar staat ons kerkgebouw midden in de wijk De Schooten.

Zondag is voor ons de centrale dag van de week. 
Op die dag komen wij samen rond de bijbelse verhalen, wij zingen, bidden en zegenen elkaar met een goed woord.
Dit uur van samenkomst geeft ons troost en kracht.
Daarvan leven wij elke dag.
Wij zijn een open gemeenschap waarin gastvrijheid voorop staat.
Wij zijn niet een groep mensen die hetzelfde denken of hetzelfde doen. De (Gast)Heer van de kerk bepaalt onze eenheid. Hij heeft gezegd: Komt allen tot mij, die vermoeid en belast zijn, en ik zal jullie rust geven.

 

Alle secties in Den Helder

 De Protestantse Gemeente Den Helder bestaat uit 2 secties.

1. Sectie binnen de Linie.  1 kerkgebouw: Bethelkerk
 
2. Sectie buiten de Linie. 2 kerkgebouwen: Johanneskapel en Vredeskerk
 
 
Algemene website: PKN Den Helder

De predikant

Na het emeritaat van ds. Keuning op 3 juli 2016  is ds. Roel de Meij Mecima ook de predikant van de Vredeskerk geworden.

Introductie

 Op 5 oktober 2014 ben ik als predikant verbonden aan de Johanneskapel en daarmee aan de Protestantse Gemeente van Den Helder.

Geboren en getogen ben ik in 1958 in Den Haag, waar nu nog mijn moeder en mijn beide broers wonen. Na een HBO-opleiding tot leraar Godsdienst en Maatschappijleer in Amsterdam heb ik aan de Vrije Universiteit van Amsterdam verder theologie gestudeerd. Ik ben afgestudeerd in het vak Liturgiek.

Na de kerkelijke opleiding vanwege de Nederlandse Hervormde Kerk ben ik in 1992 predikant geworden in Hulst en Hontenisse en heb ik negen jaar in Zeeuws Vlaanderen gewoond. In 1998 ben ik benoemd tot secretaris-provinciaal van Zeeland en ben drie jaar de naaste collega geweest van ds. Jan Bruin, die indertijd secretaris-provinciaal van Noord-Holland was. In 2002 ben ik naar Rotterdam gedaan en vanaf 2008 ben ik interim-predikant geweest in Voorschoten, Alphen aan den Rijn en de laatste vier jaar in Scheveningen en Den Haag tot mijn overkomst naar Den Helder.

Aan de beroepingscommissie van Den Helder schreef ik over mijn profiel als predikant: ‘Ik wil, komend uit de Reformatie als dienaar van Woord en Sacrament, staan in de katholieke traditie van de kerk der eeuwen. Ik ben afkomstig uit de ‘midden-orthodoxe’ richting van de Nederlandse Hervormde Kerk met een open en oecumenische houding naar andere geloofstradities en de veelkleurigheid aan geloofsbeleving in de kerk.’

Naast mijn belangstelling voor Kerk en Theologie ben ik altijd erg geïnteresseerd geweest in alles wat zich op de rails voortbeweegt. In mijn jonge jaren wilde ik graag trambestuurder worden, maar gaandeweg heb ik de wissel omgelegd en ben een ander spoor opgegaan. Naast de rails kan ook scheepvaart mij bijzonder boeien, zo ook de marine en het reddingswezen en de organisatie van de veerdiensten naar de eilanden e.d.

Als predikant hoop ik dienstbaar te zijn aan de geloofsgemeenschap van Den Helder en er te zijn voor de mensen binnen en buiten de kerk.

Ds. Roel de Meij Mecima

Telefoon: 0223-693154
E-mail: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Beleidsplan wijk 3

Beleidsplan wijk III, De Schooten, Vredeskerk 2017-2018.

Wie zijn wij

De Vredeskerk is één van de drie wijkgemeentes van de Protestantse Gemeente Den Helder. Zij telt tussen de 500 en 600 vooral oudere leden. Na de start, als gereformeerde en hervormde wijkgemeente in 1975, is in de jaren na 1985, na een proces van ‘Samen op weg,’ de SoW gemeente ontstaan die na de fusie verder is gevormd tot protestantse wijkgemeente De Schooten.

Na het vertrek van de Rooms Katholieke broeders en zusters uit de Vredeskerk is de oecumene wel veranderd, maar stadsbreed zijn er oecumenische diensten o.a. rond Pasen en Kerst. Naast de eredienst op zondag wordt ook eenmaal per maand een kerkdienst georganiseerd in het in de wijk gevestigde verzorgingshuis ‘De Golfstroom’. Gedurende een groot aantal maanden in het jaar wordt tweewekelijks een koffieochtend voor de 55+ leden georganiseerd. Naast het lezen uit de Bijbel en het zingen van een lied is daar ook plaats voor ‘lichtere’ onderwerpen. 

Lees meer...

Rob Mentz, schelpen

Leden van de Protestantse Gemeente en hun hobby

De hobby van ………………………….Rob Mentz

 Bent u wel eens in Indonesië geweest? Nee? Nou, als je de gezellige woonkamer van Rob en Wil binnenstapt dan  ben je eigenlijk al in Indonesië. Het voelt aan als een warm welkom, meteen op je gemak ‘ berasa senang’. 

Als kind leerde je het al, hou een schelp tegen je oor dan hoor je de zee. Maar toen ik één van de  schelpen uit Rob’s verzameling tegen mijn oor hield, hoorde ik de oceaan!  En volgens mij was het de Indische oceaan. De in Indonesië geboren Rob Mentz heeft een schelpenverzameling om U tegen te zeggen. De meeste van zijn schelpen zijn aangespoeld op één van de stranden van de 13677 eilanden, waaruit Indonesië bestaat.

Lees meer...

Fotoalbums

Afscheid van Trhas en Yawa 31-7-2017

Jeugddienst Bethelkerk. Afsluiting kinderkringproject 2-7-2017

Afsluiting week van de vluchteling 25 juni 2017

Paasfeest voor bewoners AZC. 12-4-2017

Handwerkclub Vredeskerk overhandigde weer een mooi bedrag 27-2-2017

Afscheid en herbevestiging 27-11-2016

Verkoopdag handwerkclub 26-11-2016

Gemeentezondag Vredeskerk/Johanneskapel 25-9-2016

31 juli 2016 In de bediening stellen van André Martens, herbevestiging van Rens Biersteker en Piet Versluis.

1 juli 2016 Afscheid van onze gemeentepredikant ds. W.J Keuning. foto-impressie. Foto's Rien Schelhaas.

3 juli 2016 Afscheidsavond voor Willemien. Foto's van Ettje. Verslag van Ger vd Vliet.

24-6-2016 Laatste dienst voor ds. Willemien Keuning in de Golfstroom

5 juni 2016 Doop Yanne en Grace, Hart voor Haïti, overhandigen icoon

12 mei 2016 Bedankavond vrijwilligers 2016

20 maart 2016 Palmpasen

13 maart 2016 Paasgroeten voor AZC

25 december 2015 Doopdienst Sofie Anne Kleywegt

29 november 2015 Bekendmaking spaarbedrag Hart voor Haiti 2e helft van dit jaar, 1e advent

13 september 2015 Gemeentezondag

23-6-2015 Laatste avond leerhuis

6-6-2015 Fietssponsortocht en BBQ

Johan Smoorenburg van Hart voor Haïti op bezoek 17-5-2015

Doop Bastiën Smit 17-5-2015

10 mei 2015 Ds Willemien Keuning 10 jaar predikant in de Vredeskerk

Spaarbedrag Haiti april 2015

9-4-2015 Contactpersonenavond De jaarlijkse avond voor contactpersonen.

Februari 2015 30 jaar Koffieochtend

Opbrengst Kinderen in de Knel 2e halfjaar 2014 €1617,29 Meer foto's

Allerzielen 2014

6 september 2014 Wijkmanifestatie

29 juni 2014 Breakfastdienst t.g.v. 50 jaar De Schooten
Kerkdienst georganiseerd door Vredeskerk en Baptistengemeente

8 juni 2014 Pinksteren.
Uitreiking zilveren draaginsigne van Vereniging Kerkelijk Beheer aan dhr. Gaele de Haan, bekendmaking spaarbedrag 1e halfjaar 2014 voor Hart voor Haïti, aanbieding Cremisanwijn,

8 mei 2014 Bedankavond voor contactpersonen

6 april 14 Paasgroetenactie

30 maart 2014: Meditatieve wandeltocht

30 maart 2014; Afscheid en bevestiging van ambtsdragers

Haiti 1-12-2-13

December 2013-januari 2014 Gift van handwerkclub

Pinksteren 19 mei 2013: 
1. Bevestiging Ettje en Albert als ouderling/scriba en jeugdouderling
2. Bekendmaking opbrengst deeldoosjes voor kinderen in Haïti. Meer foto's zijn hier te bekijken.

Laatste koffieochtend van het seizoen 16 mei 2013  meer foto's 

Bezinningswandeltocht  Vorming en Toerusting: Op zondag 12 mei foto's 

HEMELVAARTSDAG 9 mei 2013 Openluchtdienst in een hele gezellige sfeer. Meer foto's 

In de dienst op Pasen werd Bente Mollema gedoopt. Meer foto's van deze dienst vindt u hier.  31-3-2013 

Paasgroeten naar het AZC 17 maart 2013 Meer foto's

10 maart 2013  Florian Smit wordt gedoopt Hier kunt u meer foto's bekijken.   

Mandala's op de koffieochtend, 7 februari 2013 Foto's kunt u hier bekijken 

Nettie en Els hadden een gezellige quiz samengesteld voor de koffieochtend van 7 maart 2013.Meer foto's 

Handwerkclub biedt maar liefst € 2500,00 aan. jan. 2013

Opbrengst uit de doosjes: € 1789,20 Meer foto's2e advent 2012 

De Vredeskerk was aanwezig op de wijkmanifestatie. 5 september 2012. Voor foto's zie hier. 

Op zondag 20 mei 2012 maakte Roel de opbrengst uit de spaardoosjes bekend van het 1e halfjaar. 

De foto's van de kerstviering van de clubs staan nu op Picasa 2011 

Powerpointpresentatie in de Vredeskerk. Kijk hier voor foto's

Foto's (met commentaar) van de Young Adult Conference met verplaatsingen zijn hier te bekijken.

Vertrek naar Jeruzalem 19 juli 2011. In de dienst van 17 juli kregen Tessa en Jef van consulent ds. Blokker de reiszegen mee. Foto's van de dienst  zijn hier te zien.

5 juni 2011 Het eerste halfjaar van de spaaractie voor Haïti zit er weer op! Hier vindt u meer foto's. 

Ouderknutsel-avond bij de clubs. maart 2011 

Op zondag 27 maart '11 was de afsluitende oecumenische dienst, waar de pastores Brighita, Wiegers en ds. Keuning voorgingen.

Zaterdag 26 maart '11 kwam Jetty Mathurin optreden.

40jaarvredeskerk Korenavond 25-03-2011

Scholendienst zondag 20 maart 2011

Handwerkclub Vredeskerk biedt € 2500,00 en een geiser aan. 11-01-2011

Ds. Keuning 60 jaar jan. 2011

De jeugdclubs vieren het kerstfeest 2010

Doopdienst 19 december 2010

Kerst op de koffieochtend 17-12-2010

Bekendmaking opbrengst deeldoosjes op 5 december 2010, 2e Advent

Sinterklaas bij de jeugdclubs 2010

Sinterklaas op de koffieochtend 3 dec. 2010

Israël en Palestinareis okt. 2010

Rijdende kerk op wijkmanifestatie De Schooten  2010

Bekendmaking opbrengst 1e halfjaar voor Bon Repos in Haïti 6 juni 2010

Gemeentezondag en Opening van het nieuwe jeugdhonk: KIKplace 27-09-09 

Actie zonnebloem 2009

Buddy's met Present naar Den Koogh 13 juni 2009 

Jeugdclubs op kamp 5-7-juni 2009

Laatste pubtalk bij fam van Donk 4.6.09

BBQ Prot Gem Den Helder 27.5.09

Claire en Johnny uit Bethlehem mei 2009

In de kerkdienst van 10 mei 2009 stelt Harrie Overdijk zijn blindengeleidehond Joris voor

Palmpasen 5 apil 2009

Kerstfeest clubs 2008

Buddymiddag dec. 2009

Sint bij club2008

Clubavond nov. 2008

Rommelmarkt okt. 2008

15 cent aktie van groep 8b van Schoter Duyn nov. 2008

Kinderen in de knel; afsluiting 2e helft 2008

Afsluiting 1e halfjaar project Kinderen in de Knel 1 juni 2008

Drie gouden bruidsparen, kiezen Vredeskerkvlag en voorstellen nieuw gemeentelid Maurits

Kamp clubs 2008

Ouderavond op de club

De Vredeskerkvlag wordt gepresenteerd

Israël - Palestinareis 2008

Pasen in de kerk 2008

Buddymiddag 2008

Fietsenkeuring Kamp clubs 2008

Dienst in de Golfstroom

De Jantjes nov 2008

Wijkinformatie

Predikant:
Ds. Roel de Meij Mecima
Noordzeestraat 187, 1784 BN Den Helder

T: 0223-693154
E: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Voorzitter:
Mevr. M. Klootwijk
Jan de Jongstraat 14, 1785 GG Den Helder

T 0223 633976
E Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Scriba:
Dhr. P. Versluis
Harpoenierstraat 7,
1785 NA,
Den Helder

Tel: 0223-631615 

 Email:  Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Aanvragen bij huwelijksbevestiging, doop en overlijden via de scriba

Financiën

Per 1 januari 2018 is de financiele organisatie gewijzigd. De vroegere wijkkas is samengevoegd met de beheercommissie en valt rechtstreeks onder het College van Kerkrentmeesters.
Het diaconale deel valt nu onder bij het College van Diakenen.

Declaraties voor eredienst, sectiewerk, pastoraat en sectieraad kant u indienen:

Voor Nieuw Den Helder / Huisduinen bij:
Dhr. M.J. Haasnoot
Borneolaan 27
1782 BL Den Helder
Tel: 0223 622789
E-mail: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Voor De Schooten bij:
Dhr. Hans Schell
Doorzwin 2512
1788 KR Julianadorp
Tel: 0223 616784
E-mail: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Declaraties kunt u ook indienen bij de beheerder Vredeskerk, Betsie Baanstra.

Onder de diaconale uitgaven vallen:
Avondmaal, ouderenwerk, drukwerk verzorgingshuizen, ziekenzorg, drukwerk diaconie, verzendkosten luisteraars CD's, wijkprojecten, acties, vluchtelingenwerk, paasgroeten, reiskosten i.v.m. cursussen, diversen.

Deze uitgaven kunnen gedeclareerd worden bij:

Dhr. P.L. Jansen
Roerstraat 16
1784 XJ Den Helder
Tel: 0223 613579
E-mail: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Sectieadministratie
Dhr. R.  Biersteker
G.P. Blankmanstraat 11, 1785 CG Den Helder
tel. 02230634079
Email: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Commissie Diaconale Maatschappelijke Zorg  
Dhr. P. Versluis, Harpoenierstraat 7, 1785 NA,  Den Helder 
T  631615 
E Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Beheercommissie Vredeskerk 
Postadres: Torplaan 26, 1785 BA Den Helder
Bankrekening: NL49RABO 0113836821
 t.n.v. penningmeester Beheercommissie

Informatie en verhuur:
van kerkzalen en lokalen (ook voor recepties en jubilea):
Beheerder kerkgebouw:
Mw. Betsie Baanstra 0223 634246,
E-mail  Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.  
Voor begrafenissen kunt u contact opnemen: 0611758452

of via dhr. W. Bouw, tel. 0223 633171
Email: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Voor afspraken is de beheerder in de kerk aanwezig: 
op dinsdag, woensdag en vrijdag tussen 09.00 en 10.30 uur.
In de vakanties alleen op woensdag.

Voor kerkelijk bureau zie: www.pkndenhelder.nl 

 Voor betalingen Vrijwillige Bijdrage:  NL18FVLB 0635817136
t.n.v. Protestantse Gemeente Den Helder (VVB, giften)
Betaling kerkelijke bijdrage

Collectebonnen: NL41RABO 330600052
t.n.v. Protestantse Gemeente Den Helder

Solidariteitskas/Acties: NL87INGB 0000163548
t.n.v. Protestantse Gemeente Den Helder

Bijdrage voor het kerkblad: NL76FVLB 0635807653
t.n.v. Protestantse Gemeente Den Helder

Diaconie/giften PG Den Helder    NL87 FVLB 0635 8021 20

Autodienst:
Autovervoer: Heeft u vervoer nodig, naar en van de kerk dan kunt u bellen met: Coördinator autovervoer voor de Schooten:
Mevr. Irene Lindeboom-Eijsenring  Tel: 668494 
Coördinator autovervoer Nieuw Den Helder:
Dhr. Tjip v.d. Veen Tel: 636513

Drukwerk:
Kan worden ingeleverd bij:
Dhr. W. Bouw, tel. 0223 633171
Email: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Kopij voor Eén:
Inleveren: tot en met de 14e van de maand bij:
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.   

Websitewww.vredeskerkdenhelder.nl
Webmaster: Riet Schelhaas
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Louwe Post, lego

Leden van de Protestantse Gemeente en hun hobby.
Dit keer de hobby van …..Louwe Post

 

                        Een trouwe lezer van “Eén” tipte mij om vooral eens een kijkje te nemen bij Louw Post in de Californiestraat. Want Rien, zei hij, die man maakt de mooiste dingen van Lego. Ik geef het toe, niet bepaald netjes van mij, maar bij Lego moest ik denken aan dat liedje van vlak na de oorlog: Speelt papa met zijn spoortje, zijn spoortje, zijn spoortje. Nou dat treintje, dat spoortje uit dat liedje reed prima,maar ik spoorde niet, want toen ik de gezellige huiskamer van vader Louw en dochter Nelleke binnenstapte keek ik mijn ogen uit. Hoezo spelen met Lego blokjes! Beauty’s van Lego zul je bedoelen, die er te kust en te keur in huize Post staan. De Deense bedenker van Lego, Ole Kirk Christianse zou zijn hoed hebben afgenomen met de woorden: Herre Post meget paent gjort ! Voor de niet Denen onder ons wil dat zoveel zeggen als: Meneer Post heel mooi gedaan!

Lees meer...

Betsie Baanstra, Pietenpakken naaien

Leden van de Protestantse Gemeente en hun hobby

Dit keer de hobby van .....   Betsie Baanstra – Meijst

December 2015
In de Spaanse krant met de pra
chtige naam “El Periódico de Catalunya” stond een artikel over een relletje in het bisschoppelijke paleis van de in ons land zo vertrouwde en geliefde bisschop Sint Nicolaas. Boven het bewuste artikel stond in vetgedrukte letters
“ Zwarte Pieten raken slaags”.

Lees meer...

Ella Timmermans, pennen en markclips

Ella Timmermans , pennen en markclips

September 2015

Een pen, een pen waar heb ik nou die pen! Wie heeft voor het laatst die pen gebruikt, net lag ie er nog! Herkenbaar? Ja, uitzonderingen daargelaten. Sinds kort ken ik zo’n uitzondering. In huize Timmermans aan de Klipperstraat nummer 18. Daar hoeft nooit naar een pen gezocht te worden. Waarom niet? Nou Ella zwemt in de pennen. En nou ik toch bezig ben met superlatieven, zij grijpt ook nooit mis als het om een paperclip gaat, ook daar vind je er massa’s van. Bij de naam Timmermans gaat er wellicht bij u een lichtje branden en dat is niet zo vreemd, want bij de naam Timmermans denk je al gauw aan: “Verzamelen”, want dat zit de “Timmermansen” in de genen. Een goedaardige maar bovenal waardevolle familie-eigenschap.

Lees meer...

Piet Bommel, schapen fokken

Leden van de Protestantse Gemeente en hun hobby

Dit keer de hobby van…..                     Piet Bommel

Juni 2015
Hoera het is een welgeschapen meisje geworden en haar roepnaam is Ank. Vernoemd naar een zus van Piet.
Op vrijdag 1 mei 2015 om precies te zijn om 07.10 uur zag Ank het levenslicht. Moeder Jet en dochter maken het uitstekend. Hoewel een bekend spreekwoord zegt dat als er één schaap over de dam is er meer volgen, vindt moeder Jet één handenbinder welletjes.
Voor ik verder ga, Jet is een schaap en voor de eerste keer in haar schapenbestaan moeder geworden. Wol genoeg maar dus nog niet door de wol geverfd.
Jet woont in de schuur bij Piet achter in de tuin; zij is bevallen van een lieftallig lammetje.
Geboortekaartjes zijn er niet verstuurd, maar ik ben negen dagen na de bevalling op kraamvisite geweest en toen liep kleine schoonheid Ank al dapper naast moeder Jet in de zijtuin. En zij groeit als kool! Wat wil je ook als je geen concurrentie hebt van een broertje of zusje. Knokken om een speen is niet nodig. Ank heeft het rijk alleen en kan zich bij moeder Jet bezatten.

Lees meer...

Peter Baanstra, Karl May

Dit keer de hobby van…… Peter Baanstra
Karl May

De veer viel uit het nietige beetje haar waar ik nog over beschik en de Indianen groet ‘ugh’ die ik ten gehore breng, verdient ook niet bepaald een schoonheidsprijs, maar het welkom in huize Baanstra werd er niet minder hartelijk door. Waarom die veer en die indianenkreet denkt u wellicht. Nou als ik  zeg, Karl May dan vermoed ik dat zeker 80% van het manvolk in de prijsklasse tussen de 50 en 100  die zich wagen aan het lezen van deze “Hobby van”, meteen zullen zeggen: oh, Winnetou en Old Shatterhand! Maar na het lezen van dit stukje wordt dat voortaan ongetwijfeld:  Winnetou, Young Peter en Old Shatterhand.   

Als 5 jarig jongetje hing Peter aan zijn vaders lippen voor de spannende verhalen over indianen en cowboys die vader Baanstra vertelde. Verhalen die vader Baanstra ontleende uit de boeken van Karl Friedrich May. Deze verhalen van Peters vader werden zeg maar het fundament voor de indrukwekkende verzameling boeken die Peter in afgelopen 40 jaar heeft opgebouwd van en over Karl Friedrich May.

Lees meer...

Ralph van der Star, verzamelen

De hobby van Ralph van der Star

Verzamelen

Als geboren jutter en dan nog de weg moeten vragen naar de Klaas Duitstraat is natuurlijk geen beste beurt maar omdat zelfs een tweetal bewoners uit de Willem Barendsstraat aan wie ik de weg vroeg flink achter hun oor moesten krabben, schaam ik mij nog wel, maar een stuk minder.

Na mijn eerste bezoek aan Ralph moest ik denken aan Kabouter Piggelmee die zo heel tevree woonde in zijn omgekeerde Keulse Pot. Ook Ralph is niet wat je noemt ruim behuisd, maar een bordje boven zijn deur met daarop de tekst: “Huisje weltevree” zou heel toepasselijk staan, want hier woont een uitgesproken tevreden mens.

Ik wil u bij de hand nemen en rond leiden langs een aantal van de hobby’s van Ralph. Dus gaat u mee? 


Eerst nemen wij een kijkje bij een legertje Delfts Blauw
aardewerk, dat voornamelijk bestaat uit molentjes, figuurtjes in klederdracht en een aantal viervoeters. Maar ook een aantal jenever kruiken ontbreken niet want ook in vroeger tijden lustte men graag een lamsoor en als deze dan geschonken werd uit een echte Delftse Blauwe, dan smaakte deze niet alleen lekkerder maar ook naar meer. Het pronkstuk van Ralph is echter een bierpul met afbeeldingen van de Helderse visafslag en dehavendienst. En dat voor slechts een paar euro op de kop getikt op de Juttersmarkt. Wie weet wat meneer Aardewerk van ‘Tussen Kunst en Kitsch’ van dit stukje Delfts Blauw aardewerk vindt.

Lees meer...

Marja Slotboom, kerststalletjes verzamelen

December 2013
De hobby van ...
Marja Slotboom, kerststalletjes verzamelen

Terwijl ik netjes mijn voeten veeg in de hal, valt mijn oog op een kast tjokvol grote en kleine teddyberen. Ja dat is ook één van mijn hobby’s zegt Marja. Als ik even later op uitnodiging van mijn gastvrouw op de bank plaats neem krijg ik dan wel geen luipaard, maar wel poes Sterre op schoot en al snel gevolgd door de twee andere poezen Pandoer en Twinkel. En zo gezellig omringd en aangemoedigd door dit aanhankelijke trio kijk ik mijn ogen uit. ‘Marja, als ik zo om me heen kijk woon je eigenlijk in een museum’. ‘Ja dat hoor ik meer’, zegt Marja, het lijkt er wel een beetje op en ik voel me er helemaal in thuis’. En Marja spaart wat hoor: kookboeken ( slechts 300 stuks) bijbels,beren, magneten voor aan de koelkast, tientallen ‘Presse-papiers’ (u weet wel die zware voorwerpen die het wegwaaien van papier moeten voorkomen) kabouters, vlinders en kerststallen. U ziet wel, deze rubriek over de hobby’s van gemeenteleden kan nog een flink tijdje voort.

Terwijl ik netjes mijn voeten veeg in de hal, valt mijn oog op een kast tjokvol grote en kleine teddyberen. Ja dat is ook één van mijn hobby’s zegt Marja. Als ik even later op uitnodiging van mijn gastvrouw op de bank plaats neem krijg ik dan wel geen luipaard, maar wel poes Sterre op schoot en al snel gevolgd door de twee andere poezen Pandoer en Twinkel.
En zo gezellig omringd en aangemoedigd door dit aanhankelijke trio kijk ik mijn ogen uit. ‘Marja, als ik zo om me heen kijk woon je eigenlijk in een museum’. ‘Ja dat hoor ik meer’, zegt Marja, het lijkt er wel een beetje op en ik voel me er helemaal in thuis’. En Marja spaart wat hoor: kookboeken ( slechts 300 stuks) bijbels,beren, magneten voor aan de koelkast, tientallen ‘Presse-papiers’ (u weet wel die zware voorwerpen die het wegwaaien van papier moeten voorkomen) kabouters, vlinders en kerststallen. U ziet wel, deze rubriek over de hobby’s van gemeenteleden kan nog een flink tijdje voort.

Het sparen zat er al van jongs af in bij Marja. Het mooie van sparen is dat je dingen die je mooi of leuk vindt regelmatig kunt bekijken en er van genieten. En dat zij geniet van al die spulletjes om haar heen straalt van haar gezicht af. En een ander groot voordeel in haar mini museum is dat zij zich geen moment verveelt.

Wij gooien niet al haar hobby’s in een hoge hoed om er één uit te trekken. Nee, ik ben gekomen voor haar in de loop van ruim dertig jaar opgebouwde indrukwekkende verzameling kerststallen en stalletjes. En haar mooie verzameling begon met de kerststal die zij kocht tijdens een vakantie in Oostenrijk. Deze kerststal kwam in de caravan van Marja en haar overleden man Aart te staan.   

Elk jaar wordt de hele verzameling op de 1e advent uit dozen gehaald en krijgen hun plekje toegewezen in de gezellige woonkamer van Marja.

Alleen al een kijkje in de vitrinekast is meer dan de moeite waard. Marja pakt er een mooie kerststal uit die gemaakt is uit “mergel” afkomstig uit de grotten van Valkenburg.

Eén bepaalde kerststal is haar heel dierbaar geworden. Die namen Marja en haar man twintig jaar geleden mee uit Oostenrijk voor haar schoonmoeder.

Deze mini kerststal is gemaakt in een geode (een bolvormige steen met daarin kristallen). Jozef en Maria en het kind Jezus in een mini grotje. Klein, maar o zo fijn.

Een opvallende kerststal is een uitgeholde kokosnoot. Een kleurig exemplaar.

Op het verlanglijstje van Marja staat één van de kerststallen die gemaakt worden door Jim Shore, een Amerikaanse kunstenaar. De kerststallen die deze Jim ontwerpt zijn niet alleen kleurrijk, maar ook heel bijzonder. Maar ook flink aan de prijs want die waar Marja op valt kost $ 413 en dat is omgerekend rond de € 300. Dus dat wordt sparen geblazen, maar dan heb je ook wat moois toch Marja.

Marja is een trouwe bezoekster geworden aan de inmiddels niet meer weg te denken

kerststallententoonstelling die jaarlijks te bewonderen is in de winkel van de Abdij in Egmond. Voor iedereen echt de moeite zeker waard om te bekijken, maar voor spaarders als Marja loop je daar watertandend langs al dat moois. Kerststallen uit alle windstreken van de wereld. Er bekruipt je ongemerkt een hebberig gevoel, maar ja de meeste uitgestalde stallen zijn pittig aan de prijs. Maar Marja houdt zorgvuldig de hand op de knip als er prijskaartjes aan hangen die hoger zijn dan € 25,00. Toch graag dat mooie duurdere exemplaar? Volgend jaar dan maar, eerst sparen zegt zij.

Want ook al is de verleiding groot, in de schuld steken is voor Marja uit den boze, o nee, not done moet je tegenwoordig zeggen.

Zij raakte zeer gecharmeerd van een niet alledaagse kerststal in de vorm van een kerstboom en toen moest er ook flink worden gespaard voor de € 200,00 die deze kostte. Maar van deze dure uitspatting heeft zij geen dag spijt van gehad. En het is maar al te waar dat je aan iets waar je voor gespaard hebt meer genoegdoening beleeft.

Ongeveer 60% van de verzameling komt uit de eigen portemonnee en de andere 40% zijn cadeaus waar Marja in de loop der jaren blij mee werd gemaakt. Mocht u dan ook nog een kerststal op zolder hebben staan die u niet gebruikt, u doet Marja er een groot plezier mee, dat weet ik zeker.

Een verzameling staat niet stil, is nooit af, jaarlijks koopt Marja er een tweetal exemplaren bij. Bijvoorbeeld in de wereldwinkel in de Keizerstraat waar zij ruim vijf jaar heeft geholpen, worden ook heel bijzondere kerstallen uit verschillende landen verkocht. In museum Slotboom staat er menigeen mooi te zijn.

Kijkend naar het drietal poezen, Sterre, Pandoer en Twinkel is mijn voor de hand liggende vraag of er wel eens een kerststal is gesneuveld tijdens een onderlinge stoeipartij. Nee, sinds het begin van de verzameling in 1980 zijn er wel twee stalletjes kaduuk gegaan, maar dat heb ik zelf op mijn geweten, aldus Marja.

Op 6 januari worden alle kerststallen en hun bewoners één voor één weer ingepakt en in dozen afgevoerd en opgeslagen in Marja’s depot, de kelderbox van dochter Marjolein. Toch handig zo’n dochter. Ook de mooi ingerichte vitrinekast wordt leeggehaald om plaats te maken voor serviesgoed. Er blijft zegge en schrijven één kerststal in de kamer staan en dat is tevens de grootste en die staat boven op een kast. Zodra de laatste bewoners van de kerststal zijn vertrokken, wordt deze ogenblikkelijk gekraakt en bewoonbaar gemaakt door poes Sterre als slaapvertrek. Sterre heeft nog wel inwoning van een aantal achtergebleven makke schapen, maar met een beetje inschikken, lukt dat prima.

Er valt nog veel meer te zien aan verzamelingen in huize Slotboom maar ik moet rekening houden met de twee pagina’s waar ik over kan beschikken in Eén.

Dus daarom neem ik na een tweede kop koffie afscheid van de gastvrije Marja en haar dochter Marjolein. En neem ik mij voor om er voor te pleiten om het “Marja Slotboom Museum” op te nemen in de eerstvolgende Gemeentegids van Den Helder.

Rien Schelhaas

 

 

Lucie van Egmond , poppen maken - schilderen

Oktober 2014
In het Mauritshuis in Den Haag hangt het meest geliefde schilderij van Johannes Vermeer: Het meisje met de parel.

Had dit lieftallige meisje ook een zusje? Jazeker en ook nog wel een eeneiige tweelingzus want die mooie meiden lijken op elkaar als de bekende druppels water. En sinds kort weet ik ook bij wie deze andere parel aan de muur hangt. U hebt het goed geraden, in de kamer bij Lucie van Egmond. Nee, niks geen poster, maar een echt schilderij van de zus van die parelende schoonheid die in het Mauritshuis valt te bewonderen. Toen ik haar voor de eerste keer zag ging er even door mij heen: op naar Den Haag en omruilen, geen bezoeker die het merkt. Een knotse gedachte natuurlijk, maar het zegt wel wat over de schildervaardigheden van Lucie. En ondanks de artrose, het zondagse woord voor slijtage, hanteert zij de schilderskwast nog met plezier en met verve.

Lees meer...

Ab Schuring, roofvogels

Mei 2007      

'Zo wijs als een uil en zo dom als een uilskuiken'.
Is dat waar of niet waar vraag ik als eerste aan Ab.
Want vanaf de tijd dat hij nog Appie genoemd werd, had hij al iets met vogels in het algemeen en roofvogels in het bijzonder.
In een grote buitenkooi achter het huis staren twee Afrikaanse oehoe's je met grote felle ogen aan en onder een ruim afdak zit een prachtige buizerd met de naam: Jack. Als ik later mee naar boven ga dan zie ik op "de kamer van Ab' nog een aantal uiltjes.

Een Braziliaans paartje met een nest met vier jongen, een Indische uil die sinds enige tijd weduwnaar is en een stelletje Europese dwerguiltjes.
Dat uilen prachtige dieren zijn, dat is in ieder geval waar. Dat uilskuiken moet wel slaan op een pas geboren uil. Oerlelijk, meer snavel dan lichaam, niet om aan te zien.

En een volwassen uil mag dan wel leergierig zijn, maar de toegedichte wijsheid aan de uil heeft meer met de stoïcijnse, indringende en enigszins hooghartige blik te maken waarmee een uil je aankijkt. In tegenstelling tot buizerd Jack, hebben de uilen van Ab geen naam. Regel is dat alleen een roofvogel waar je mee vliegt zoals je dat noemt, een naam heeft. Daar bouw je wel een band mee op omdat ze als jong van 2 weken
oud al uit het nest gehaald worden.
Dan beschouwen zij degene die de verzorging op zich neemt als de nieuwe vader of moeder.

Daardoor kun je ook met ze vliegen en komen terug bij de baas op zijn arm. Maar met de volièrebewoners bouw je geen band op.
Waarom zou je dat ook doen als "kooi-uil", je hoeft niet op jacht en je krijgt je eten tegen de tijd dat het schemerig wordt op een presenteerblaadje. Ja, soms mag Ab dan wel over een pootje aaien, maar verder geen polonaise aan mijn uilenlijf, daar ben ik niet van gediend.
Het woord gevangenschap roept altijd een negatief beeld op. Onvrijheid. Maar bij gekooide uilen gaat het altijd om uilen die in gevangenschap geboren zijn. Zij weten niet beter zegt Ab met overtuiging in zijn stem.
Ab z'n uilen komen bij een vriend uit Uden vandaaDeze vriend heeft een kleine privé dierentuin en daar is Ab kind aan huis.
Als je een uil wilt kopen dan variëren de prijzen, afhankelijk van het soort zo tussen de € 350,00 en € 400,00. Ab is gestart met krijgers uit de Udense privé dierentuin.

En dan zijn de sleutelwoorden bij de 'uilen-hobbyisten': het ruilen van uilen. Zo komt het Afrikaanse oehoevrouwtje uit de Berlijnse dierentuin.
Een uil kopen kan heel gemakkelijk via internet en goedkoop ook nog. Maar ook hier steekt het probleem van het ·'overfokken' de kop op. Ja, en wat koop je dan. Garantiebewijzen bestaan niet.
Betere, aangescherpte wetgeving eist sinds de jaren negentig bij iedere vogel wel een aantal officiële papieren.

Daarmee is nagenoeg uitgesloten dat je een uil koopt die in de vrije natuur uit een boom geplukt is. Dat zit wel goed.
Maar zoals dat voor bijna alles geldt, beginnen met iets is één, maar het volhouden is wat anders. En als je jouw uilen zat bent is loslaten in Quelderduyn geen oplossing, want die beesten redden het niet in de vrije natuur. Met vakantie gaan is nagenoeg uitgesloten volgens Ab. Een uil drinkt b.v. niet, maar moet zijn vocht halen uit de prooi! Hoe de uilen in hun kooi aan hun prooi komen? Ab bestelt al dat lekkers bij "Pet's Place" een dierenspeciaalzaak in Julianadorp.

En dat lekkers bestaat uit ingevroren ratten, muizen en ééndagskuikens. Aangevuld met vitaminen en mineralen is het een ware traktatie voor de uil.
Duur? Nee, dat valt mee. Een diepvrieskuikentje kost € 0,04 (de grotere uilensoorten eten er zo'n stuk of zes per dag) of twee ratten á € 1,00 per stuk of een aantal muizen voor de prijs van
€ 0,50 die meneer de Uil (en mevrouw ook) zich goed laten smaken. Eén keer in de week krijgt de uil de kuikens met veren en al, want op school leerde je immers dat uilen de zogenaamde uilenballen produceren.

Dat is belangrijk voor de uil om van binnen opruiming te houden en een schone krop te krijgen. Als het mee zit en dat hangt mede van de soort af, kunnen uilen 20 tot 50 jaar oud worden.

Een leuke vraag voor de scholieren onder ons is: een uil haalt de leeftijd van 35 jaar, 3 maanden en 5 dagen. Hoeveel ratten, muizen en kuikens heeft deze uil achter de kiezen?
De kooien waarin de uilen wonen zijn ruim en moeten voldoen aan bepaalde afmetingen. Ab zit in een werkgroep die zich daar over buigt en in kaart brengt, hoe groot de hokken, kooien minimaal moeten zijn en dan afhankelijk van het soort vogel.

Aan het eind van het gesprek met Ab laat hij met gepaste trots het nestje zien met de vier gezonde Braziliaanse dwerguiltjes. Wat hij nou zo mooi vind aan zijn uilen? Het zijn, vindt Ab, van die fascinerende dieren. Ik vind ze prachtig, zegt Ab met passie en overtuiging.
Maar, voor alle duidelijkheid, hij heeft ook een hond en een poes waar hij ook gek op is. Die mag hij aaien en aanhalen! Heeft Ab nog wensen op het gebied van uilen?
Ja, ik hoop, zegt hij, ooit nog eens een zogeheten "wit gezicht uil" te bemachtigen. Dat is een schitterende vogel, maar niet eenvoudig om aan te komen.
Maar ja er moet altijd iets te wensen over blijven, dat geldt voor ieder mens en dus ook voor Ab, een uitspraak die afkomstig zou kunnen zijn van een wijze uil.
Een niet alledaagse hobby, dat is zeker waar. Ook waar is dat Ab er veel tijd én veel liefde in steekt.

Op de fiets terug naar huis dacht ik: en nu een uiltje knappen, lekker hoor.

Rien Schelhaas

Lies van der Spek, mandala's

Dit keer de hobby van….Lies van der Spek,

September 2014
Mijn pet die ik op heb wordt gepromoveerd tot hoge hoed. Hierin stop ik drie briefjes met op elk briefje één van de drie favoriete hobby’s van Lies. Want er moet gekozen worden. Met de ogen dicht haalt Lies er een briefje uit. De winnaar is: ‘Mandala’ tekenen. Op de twee andere lootjes staat: ‘Kantklossen’ en ‘Schilderen’. Terwijl Lies koffie zet kijk ik nieuwsgierig rond en zie ook heel wat moois liggen, staan en hangen aan kantklos en schilderwerk. Tjonge wat een veelzijdigheid.Maar we gaan voor het Mandala tekenen. Vaak wordt nog bij het woord Mandala gedacht aan iets exotisch en dat het hoort bij bepaalde religies.Een Mandala tekening is eenvoudig gezegd een voorstelling binnen een cirkel. En iets tekenen en uitbeelden binnen een cirkel is van alle eeuwen, plaatsen en culturen.Ik weet niet of u het herkent, maar op de lagere school was voor mij het hoogtepunt van de week, het tekenuurtje. Hiep, hiep hoera! Met mijn passer maakte ik zo vlug mogelijk een cirkel. Nog wat lijnen en figuren en dan kleuren geblazen.

Van het woord Mandala had ik nog nooit gehoord, maar ik vond het tekenen binnen een rondje gewoon leuk.Het gaat bij Mandala tekenen niet om schitterende werkstukken te maken. Als je goed kunt tekenen is dat mooi meegenomen. Maar hoe je het wendt of keert, in ieder van ons schuilt een kunstenaar en tekenervaring is niet nodig, je moet het een kans geven. Zo is dat!

Lees meer...

Jan Koning, virtueel reizen

De hobby van ...

Jan Koning

Mei 2014
Wie gaat er mee naar Engeland varen, of gaat u maar liever met de trein? Gaat uw voorkeur uit naar het vliegtuig om de oversteek naar Engeland te maken, ook dat is geen probleem Zowel ter land, ter zee of door de lucht, u kunt bij Jan aan boord stappen.

De nu 85- jarige Jan Koning trad als 18- jarige jongen bij de luchtmacht in dienst. Na vliegbasis Ypenburg volgde overplaatsing naar Soesterberg. Op het vliegveld van Woensdrecht mocht de jonge Jan, gestoken in een leren pak en met een grote pilotenbril op, achter de stuurknuppel plaatsnemen in een dubbeldeks vliegtuigje, dat luisterde naar de welluidende naam “Tiger Moth”, (Tijgerachtige Nachtvlinder).

Zowel het opstijgen, dalen en landen ging naar volle tevredenheid van de instructeur en het maken van een echte looping (koppeltje duiken in de lucht) was meer dan geslaagd. Toen het Jan ook zonder ongelukken lukte de ‘kist’ weer veilig aan de grond te zetten, mocht hij zich met een tevreden gevoel uit het toestel hijsen. De vliegdoop met de Tiger Moth had hij met verve doorstaan.

Lees meer...

Iete Timmermans, Kerkkaarten verzamelen

April 2014
De hobby van ...
Iete Timmermans, Kerkkaarten verzamelen

(Iete is overleden)
Een man die zo’n 9000 kaarten en foto’s van Nederlandse kerken bij elkaar heeft gespaard zal wel in een huis wonen met een klokkentoren of met een kleine preekstoel in de kamer, maar nee. Wat deze Iete Timmermans wel heeft is een werkelijk fantastische verzameling. Niet in schoenendozen, maar alfabetisch gerangschikt op plaatsnaam, in 95 ordners. En of het niet op kan ook alles voorzien van een nauwkeurige omschrijving over de betreffende kerk van zowel de buitenkant als het interieur. Wat een gigantische klus moet dat geweest zijn, denk ik vol respect!!
Die man moet haast wel wat met de drukkerijwereld te maken hebben gehad dat kan haast niet anders. En ja hoor ‘bingo’, want Iete heeft als handzetter, machinezetter, boekbinder en ontwerper van logo’s bij verscheidene drukkerijen in den lande gewerkt o.a. bij drukkerij Egner.

De door zware astma geplaagde vader van Iete Timmermans kon door zijn ziekte niet veel meer. Om toch zinvol bezig te zijn werd hij een spaarder van alles en nog wat. Van hem kreeg Iete een mapje met zo’n 30 kaarten van kerken en dat werd het startkapitaal van Iete’s hobby. Een hobby die in 40 jaar uitgroeide tot de indrukwekkende verzameling die het nu is.

Maar u moet niet denken dat de verzameling nu wel compleet zal zijn. Wel nee die gaat altijd maar door. Er verdwijnen kerken en er komen nieuwe bij en die foto van het orgel in de kerk van Kootstertille heb ik nog niet en ….. Maar nieuwe ansichtkaarten van kerken verschijnen niet meer. Niet meer rendabel. Als de eigenaar van een boekwinkel denkt, kom laat ik van de nieuwe kerk in Bobbelskonte een ansichtkaart in mijn assortiment opnemen, dan moet hij er minimaal 2000 afnemen. Onbegonnen werk zoals dat heet. En wat te denken van de snoeiharde internetconcurrentie.

Je zoekt op en draait uit. Ook Iete maakt er dankbaar gebruik van want hij kan goed uit de voeten op zijn pc. Op de landelijke lijst van kerkkaartspaarders prijkt de naam van Iete als enige Jutter. Ik kan het niet laten een kleine kennistest te doen bij Iete en vraag hem: weet je ook wat de kleinste kerk van Nederland is en heb je daar ook een kaart van? Hup, de beweeglijke Iete schiet al weer uit zijn stoel en rap is de map met de letter D gepakt. En ja hoor, een foto van de Riethorst in Dinxperlo, de kleinste kerk van Nederland. Nog maar kort geleden werd het kerkje op een dieplader getild en op een andere plek gezet. Het stond in de weg voor een nieuw aan te leggen weg. Zo, dat is 1- 0 voor Iete.Mijn tweede test. Weet je ook waar het orgel uit de Rehobothkerk naar toe is gegaan? Ja zeker, van dat orgel en het orgel uit de Johanneskapel is door Aldert van der Kuijl en zijn kompanen een nieuw orgel gebouwd. Daar wordt nu op gespeeld in de Johanneskapel. Een 2-0 stand voor Iete vind ik wel genoeg om te beseffen dat deze man niet alleen foto’s, kaarten en complete bouwtekeningen van kerken verzamelt, niet alleen de klok heeft horen luiden maar ook heel goed weet waar de klepel hangt.

‘Kerkepad’, toen nog zonder ‘n’, heette het bekende programma van de NCRV. Het was vaste prik dat Iete daar aan mee deed. En tijdens zo’n ‘Kerkepad’ werd menig ansichtkaart gekocht. Ook is hij vaste bezoeker van de jaarlijkse ruilbeurs. Meestal werd er geruild en soms gekocht. En de geldbuidel bleef dicht als de prijs hem te gek werd. Meer dan € 20,00 heeft hij nooitbetaald voor een kaart. Vorig jaar was hij op een rommelmarkt in Balkbrug. Hij viste een 4-tal kaarten uit een bak. Wat deze moesten kosten vroeg hij.
Voor € 40,00 mocht hij ze mee nemen. Maar nee zij gingen niet mee, maar terug in de bak. Iete’s metgezel, het fototoestel, zette de kerk van binnen en van buiten op de gevoelige chip. En een afdrukje kan je de kop nietkosten. De A4 formaat ringbanden waar hij zijn verzameling in heeft opgeborgen zijn allemaal bruin van kleur. Op een aantal zwarte dissonanten na. Een doorn in het oog van Iete. Nou ja dat is wat te sterk uitgedrukt, maar mocht hij onverwacht tegen bruine ringbanden aan lopen, dan verdwijnen de zwarte van de planken. Wie weet, zeg ik tegen hem, is er onder de lezers van dit stukje wel iemand die ……..???

Naast een catalogus waarin alle kerken van Nederland staan vermeld heeft Iete Timmermans zelf ook een catalogus gemaakt van zijn verzameling. Een waar monnikenwerk.

De Johanneskapel bood dit jaar onderdak aan de ruilbeurs. Ook Iete gaf natuurlijk acte de présence samen met dochter Ella, die haar verzameling bedrukte balpoints showde. Voor Iete’s kerkkaarten was er belangstelling van verzamelaars uit alle windstreken van ons land. Een Zeeuwse verzamelaar kwam gewapend met laptop naar de beurs. Iete zelf had zijn iPad mee.
Op die dag in maart werd er tussen beide heren heel wat elektronisch uitgeruild.

De ‘spaarappel’ valt niet ver van de boom, want drievan de vijf Timmermanskinderen zijn behept met het gezonde spaarvirus van vader Timmermans. De eerdergenoemde dochter Ella spaart naast ballpoints ook met bedrijfsnamen bedrukte paperclips en heeft een enorme verzameling over het huis van Oranje. Zoon Wim spaart gemeentehuizen en diens broer Henk heeft wat met kaarten van molens. De mooiste kerk van Nederland zowel van binnen als van buiten is voor Iete Timmermans de Sint Jan in s’ Hertogenbosch. En in Den Helder gaat het bij Iete om een ex aequo tussen de Oud Katholieke Kerk en de Kerk van de Nieuw Apostolische gemeenschap. Deze kleine kerken zoals u wellicht weet, staan aan de Helderse Reli-Boulevard aan deAnnie Romein-Verschoorlaan Annie Romein-Verschoorlaan.


Zoals elke hobbyist heeft ook Iete zijn favoriete stokpaardje. En dat zijn in zijn geval de kerken, kerkbouw en kerkafbraak in Den Helder. Als hij eenmaal op zijn stokpaard zit, moet ik regelmatig de teugels aantrekken om af en toe wat aantekeningen te maken.
Hup, weer van de stoel opgeveerd om een drietal blauwkleurige ringbanden te pakken die geheel gewijd zijn aan Helderse kerken. Pagina’s vol over de oude Bethelkerk (eeuwig zonde dat deze moest verdwijnen).

De afbraak van de Rehobothkerk. Dagelijks werd er tijdens de onttakeling door Iete een foto geschoten. Ook het ‘Kerkie’ van Kraak in de Vijzelstraat is present. Werkelijk alle kerkgebouwen van binnen en buiten die in Den Helder staan of hebben gestaan. Iete is nog op zoek naar foto’s het voormalige interieur van de Johanneskapel.

Iete Timmermans beschikt over een verhalentrommel over zijn hobby die propvol zit en waar moeiteloos een jaargang van Eén mee gevuld kan worden. Het valt dan ook niet mee om een punt achter het interview te zetten. Maar de kogel moet toch eens door de kerk, en met een hoofd vol aan orgels en kerken stap ik op mijn fiets en vind dat Iete Timmermans beschikt over de meest complete verzameling aan Kerkkaarten in Nederland. Maar ik moet natuurlijk de kerk in het midden laten, niet overdrijven dus, maar dat hij bij de top drie zit is voor mij zeker, dat kan gewoon niet missen. Gaat u maar eens bij hem kijken u zult het vast met mij eens zijn.
Rien Schelhaas

Co van Stee, beeldhouwen

De hobby van…….. Co van Stee

Januari 2014
Bescheidenheid siert de mens. En dat gezegde gaat zeker op voor Co van Stee. Maar wat maakt die bescheiden man mooie dingen; tekeningen, schilderijen, houtsnijwerk en beeldhouwwerk. Ik moet mij helaas beperken tot het houtsnij en beeldhouwwerk van Co want anders moet er een speciale editie verschijnen van Eén. Het zat er al jong in bij Co. Als jongetje van vier jaar tekende hij al graag, veel en goed. Vader van Stee, slager te Yerseke bracht altijd na zijn wekelijkse rondje langs zijn klantenkring, een schoolschrift mee voor Cootje. Voor het slapengaan was datzelfde schrift al vol. Nee niet vol gekrast, maar met voor een vierjarig jochie al fraai tekenwerk.

Dat hij ook aanleg had voor beeldhouwwerk kwam eerst goed aan het licht toen hij zich waagde aan het uitsnijden van gezichten in suikerbieten. Al snel daarna werd het eerste werkstuk geboren uit een brok hout: een fraai vrouwenfiguur die tegen een rotswand aan leunt. Prachtig! Vele tientallen pareltjes van beeldhouwwerk kwamen en komen er nog steeds uit de handen van Co. 

En de meeste van die pronkstukjes zijn te bewonderen in huize van Stee in de Diezestraat. De Zeeuwse familie van Stee verhuisde van Yerseke naar Kruiningen. Op de zolderverdieping leefde Co zich uit op een kalkmuren wand door er een levensgrote schildering te maken van de doop van Christus door Johannes in de Jordaan. Familie en kennissen vonden het prachtig en de oh ’s en de ah ’s waren gemeend.

Bij het aanbreken van de jaarlijkse grote schoonmaak kwam een propere buurvrouw een handje helpen. Helaas voor Co te proper, want zij vond dat de door Co zo fraai beschilderde muur aan een grondige opknapbeurt toe was. Zij kon, zo bleek helaas te goed overweg te kunnen met de witkwast. De oh ’s klonken wederom, maar nu van ontzetting. De Watersnoodramp van 1953 heeft Co in al zijn hevigheid mee gemaakt. Het kolkende water steeg in huize van Stee meters hoog tot op de zolder. Alle, maar dan ook alle schilderijen, tekeningen en beeldhouwwerken van Co gingen verloren. Het enige wat hij mee kon nemen was de tegen de muur leunende vrouw. En dat leunen doet zij nog steeds, want zij staat mooi te zijn in de woonkamer van Co en Janny.

De familie van Stee evacueerde naar Biezelinge op Zuid-Beveland. Daar liet Co zijn oog vallen op de acht jaar jongere Janny.

Toen het water na negen maanden was gezakt ging Co terug naar Kruiningen met in zijn binnenzak wat schetsjes van Janny. Terug in Kruiningen maakte hij van haar een mooi portret uit hout zodat hij haar niet kon vergeten, hoewel zonder portret had hij het ook best gered hoor want zij stond op zijn netvlies gegrift. Het meisje uit Biezelinge, deze gezellige Zeeuwse ‘babbelaar’ is nu al bijna 55 jaar met die jongen uit Kruiningen getrouwd en zij vindt het portret dat Co van haar maakte nog steeds mooi.

In de tuin van het gezin van Stee in Kruinigen stond een prachtige en rijk dragende notenboom. Maar negen maanden in het water staan bleek van de boom teveel gevraagd. Uit de stam heeft Co een werkelijk prachtig vrouwenfiguur gesneden, die zo lijkt het, uit de stam oprijst. Nee, liever geen foto in Eén want misschien zijn er mensen die er aanstoot aan nemen zegt de o zo zorgvuldige Co. U moet daarom maar eens bij hem gaan kijken hoe mooi het in het ‘echie’ is. U bent welkom. Co gebruikt verschillende materialen, zoals hout, klei en steen. Zijn voorkeur gaat uit naar klei omdat je daar nog het beste je gevoel in kunt leggen of anders gezegd in kunt kneden.

Bij het maken van een portret c.q. kop zijn voor Co de oren het moeilijkst. Wat dat betreft kun je een oor het beste vergelijken met een vingerafdruk. Uniek dus. Veel van zijn werkstukken maakt hij bij de Noorder Kunstkring, of in zijn schuur, en soms op het aanrecht in de keuken maar ja, daar is Janny niet altijd blij mee. Het laatste stuk van Co is een beeld van een Syrische vader die in zijn armen zijn dode zoon draagt. Die foto greep Co erg aan en inspireerde hem die schokkende foto in steen uit te beelden. Regelmatig wordt hij gevraagd om te exposeren.

Zo werd hij uitgenodigd door de bibliotheek van Callantsoog en Nieuwe Niedorp. Ook het stadskantoor in Schagen wilde graag zijn werk laten zien. In een wijkcentrum van Alkmaar werden een elftal vrijwilligers in het zonnetje gezet. Deze vrijwilligers kregen als blijk van waardering elk een beeldje van een bekende kunstenaar uit Den Helder, zo zei de uitreikende persoon in zijn speech. Het was voor Co een eer en genoegen om de beeldjes te maken. Thuis bij familie en vrienden staat ook het nodige moois van Co, maar hij strooit er niet mee. In de meeste vertrekken van huize van Stee zelf staat menig beeldhouwwerk en hangen er schilderijen. Maar ook weer niet teveel hoor want het moet geen tentoonstelling worden vindt Janny.

Kleinzoon Nick treedt in de voetsporen van zijn opa. Hij is uit hetzelfde hout gesneden want ook hij vindt beeldhouwen en schilderen geweldig .Het advies dat opa Co aan Nick gaf, was om niet meteen met olieverf te beginnen en zich ook niet direct aan een stuk steen te wagen. Niet meteen een Rembrandt of Michelangelo willen zijn. Eerst flink oefenen met waterverf en stoeien met klei. En het opvolgen van dit advies van opa heeft goed uitgepakt want de creaties van Nick mogen gezien worden. Een groot voorbeeld voor Co zelf is de bekende beeldhouwer Rodin. Met name het werk met de titel ‘Burgers van Calais’ vindt Co indrukwekkend. Samen met Janny heeft hij in de loop der jaren heel wat musea bezocht. Dat doet hij nog steeds graag, maar wel minder. Om mij heen kijkend mompel ik iets over verhuizen. Ik had het niet moeten doen, want als er iets is waar Co tegenop ziet is dat het wel, want die man heeft nogal wat staan en hangen. Maar het was eruit voor ik er erg in had. Gelukkig werd Co niet boos en ik geloof trouwens niet dat gauw boos worden in zijn woordenboek voorkomt.

Gezelligheid kent geen tijd , dat klopt want de tijd bij Co en Janny vloog om en o ja ik moet wat rechtzetten. Dat van “Ons Zeeuwen bin zuunig” klopt absoluut niet, want de gevulde koek die ik bij de koffie kreeg had de afmeting van een grammofoonplaat.

Rien Schelhaas

Harrie Overdijk, speksteen bewerken

Juli 2013
De hobby van ....
Harrie Overdijk, speksteen bewerken
(Harrie is overleden)
Nog maar net één voet over de drempel bij vader en zoon Overdijk of ik word al door een enthousiast blaffende Joris hartelijk welkom geheten. Misschien gaat het niet op voor alle Jutters maar de meesten van u hebben het duo Harrie en Joris ongetwijfeld wel eens samen zien lopen. Joris de prachtige blindengeleidehond, steun en toeverlaat voor de ‘doof-blinde’ Harrie. Harrie heeft het zogeheten “Ushersyndroom”, een aangeboren zeldzame aandoening van de ogen en het gehoor. Bij deze ziekte is het gehoor al slecht vanaf de geboorte. In de jaren van de pubertijd openbaart zich het zeer slechte zicht. Kokertjeskijken noemen we dat, net alsof je door een rietje kijkt.

In Apeldoorn bij ‘Visio Het Loo Erf’, het landelijke centrum voor intensieve revalidatie voor slechtziende en blinde mensen, kreeg Harrie een flinke mop speksteen in handen en die betekende zeg maar de geboorte van zijn hobby: “Speksteenbewerker”. Een soort van beeldhouwen maar dan niet met een hamer en een beitel, maar met vijl en schuurpapier van grof tot heel fijn. Er stonden in Het Loo Erf de meest mooie dingen die gemaakt waren door mensen met soortgelijke handicaps als die van Harrie. Het leek hem ondenkbaar ook tot zoiets in staat te zijn. Maar wel dus! Wat ook wel zou passen bij Harrie volgens de medewerkers van Het Loo Erf was het naaien en in elkaar knutselen van knuffels. Ach, misschien ook wel leuk, maar dat werken met speksteen trok hem toch meer aan. En zo is ’t gekòmen, zegt een Limburger.

De door Harrie vervaardigde stukken mogen gezien worden. Het zou mij dan ook niet verbazen als er binnen afzienbare tijd een aantal opgenomen worden in de collectie van bijvoorbeeld het Kröller Muller Museum. Enfin, oordeelt u zelf maar en de tijd zal het leren.

Om aan de slag te kunnen heeft Harrie samen met één van de trainers van Het Loo Erf de nodige vijlen en gutsen aangeschaft en een flinke voorraad speksteen ingeslagen bij de Hazelaar, een bedrijf voor beeldende kunst in Soest. Twee jaar geleden opende een soortgelijke zaak, die ook ruim gesorteerd is in speksteen en aanverwante artikelen, in Anna Paulowna haar deuren. Dus lekker dicht in de buurt. Volgens Harrie is het nodig dat er een klik ontstaat tussen de steen en zijn bewerker voordat je kunt beginnen met vijlen en schuren. En een mens als Harrie moet het bovenal hebben van zijn tastzin. En dat begint al vanaf het moment dat hij een ruw stuk steen in handen krijgt. Aanvoelen wat er wel en niet gemaakt kan worden van de steen. En dat blijkt voor de één totaal anders te zijn dan voor de ander.

Een mooi voorbeeld. Een begeleider van Het Loo Erf zei tegen Harrie: ‘Dit stuk steen leent zich volgens mij erg goed voor het maken van een dromedaris.’ Maar Harry kon er met geen mogelijkheid een woestijnloper in voelen, maar al aaiend over de kop van Joris dacht Harry: ‘Ik zie, nee ik voel er een hondenkop in’. En aldus geschiedde. Tijdens het vijlen en schrapen kan het gebeuren dat je (al dan niet gedwongen) afstapt van je oorspronkelijke idee. Zo was Harrie vol vuur bezig om van een mooi ‘stukkie’ steen een flink uitgevallen muis te creëren. Het eindresultaat werd echter de ultieme vijand van de muis: een kat! Het lot van de muis laat zich raden.

De vis die hij maakte en luistert naar de naam ‘Dorado’ is prachtig gelukt. Een vissoort die volgens Harrie ook heerlijk smaakt en die voornamelijk veel op de Canarische eilanden en in Spanje wordt gegeten. Ikzelf vond de Oehoe (een uilensoort) erg goed gelukt. Hoewel Harrie met de nodige zelfspot erbij zei dat het om een kruising ging tussen een Oehoe (de kop) en een Ransuil (het lijf). Maar wie daar op let is een kniesoor. Onder zijn tot op heden afgeleverde werkstukken bevindt zich ook een abstract stuk, zoals dat heet in kunstenaarskringen. Harry noemt het “Afgehakte voet waar een dumdumkogel doorheen is gegaan”. Ach, ja kunstenaars laten zich wel eens vaker verleiden tot rare, en soms bizarre uitstapjes in een balorige bui.

Op de website www.doofblinden.net zijn een tweetal van Harrie’s werkstukken te bewonderen. Zus Helma, die dezelfde handicap heeft, werkt al langer met speksteen. Zij heeft, met name broer Harrie met succes zo blijkt, aangespoord om ook voor revalidatie naar Het Loo Erf te gaan. En Harrie heeft er geen dag spijt van dat hij naar zus Helma heeft geluisterd.

Wellicht onnodig te zeggen dat Harrie aanzienlijk meer tijd nodig heeft om iets moois te maken dan speksteenbewerkers zonder beperking. Niet dat hij dat erg vindt, maar het is zijn antwoord op mijn vraag waar hij zoal als slechtziende tegenaan loopt bij zijn hobby. Met gezonde ogen zie je de kleinste oneffenheid. Zeker Harrie gebruikt ook talloze soorten schuurpapier. Van grof tot hééél fijn. Met het fijnste schuurpapier wordt het werkstuk zo goed mogelijk gepolijst. Maar een 100% score halen is zo wie zo moeilijk, maar voor Harrie geldt dat sterker.

Het liefste beoefent Harrie zijn hobby achter in de tuin, want het nodige stuifwerk is niet te vermijden als je met speksteen aan de slag gaat. Hond Joris blijft ook in de tuin dicht in de buurt van zijn baas. Niet dat Joris zelf een ‘poot ’uitsteekt, maar zijn aanwezigheid heeft toch een inspirerende invloed op Harrie. Het maken van dieren heeft namelijk zijn voorkeur. Het is goed mogelijk dat Joris daar ook debet aan is. Het zou mij daarom niet verbazen als de trouwe viervoeter door zijn baas nog eens vereeuwigd wordt in speksteen.

Praktisch alle hobby’s kosten geld. Valt jouw hobby in de categorie duur of valt dat mee? Dat valt best mee vindt Harrie, want het gereedschap is een eenmalige investering, en de meeste speksteen kost zo’n 2 a 4 euro per kilo. Dat hangt vooral af van het land waar het gesteente wordt gedolven. Zo is de steen uit China (meestal roze van kleur) duurder dan die uit Afrika. Een echt dure hobby wil ik het niet noemen.

Harrie die bij het ECN in Petten werkte, is in juli van dit jaar met vervroegd pensioen gegaan. Dat betekent dat zijn vrijetijdsjasje een stuk ruimer is gaan zitten, waardoor er ongetwijfeld meer moois zal groeien onder zijn gevoelige handen. Wat hij tot nu toe heeft gemaakt dwingt bij mij diep respect af en daarom sluit ik mij aan bij wat Mart Smeets ooit zei om zijn bewondering te laten blijken: CHAPEAU! En met een luid geblaf laat Joris blijken het volledig met mij eens te zijn.

Rien Schelhaas.

Dick van Wensum, bierglazen

Dick van Wensum, bierglazen
(Dick is overleden)

Proost!

Mei 2013
Als je alle 150 verschillende bierglazen uit de verzameling van Dick van Wensem vol zou schenken met bier dan kom je grofweg uit op zo’n 45 liter. Je krijgt er dorst van als je al die prachtige bierglazen ziet staan in de mudvolle vitrinekast. In alle soorten en maten staan zij daar mooi te zijn: Fluitjes, koetsiertjes, jonkers, stapelglazen, bierpullen en ga zo maar door. En het overgrote deel van Dick’s imposante verzameling zijn krijgertjes. Aan elk glas zit een naam vast van degene die het meenam van bijv. een vakantiereis. Dat is ook de meerwaarde van een glas wat je cadeau wordt gedaan. Om die reden koopt hij dan ook heel zelden een glas; omdat daar geen verhaal aan zit. En van het zogenoemde ‘per ongeluk meenemen’ van een bierglas uit hotel of restaurant, wil Dick absoluut niks van weten, dat komt niet in zijn woordenboek voor.

In de kracht van zijn leven zoals we dat noemen, lustte Dick graag een biertje. De nu bijna tachtig jarige Dick laat nu alleen zomers het bier nog schuimen. Uit welk glas hij dan drinkt? De ene keer is dat uit een fluitje dan weer eens uit een koetsiertje. Ja, als je ook zoveel keuze hebt. Zo gezegd voor elk wat wils en voor elk wat pils.

Dick was als jongetje al een spaarder zoals van luciferdoosjes, sigarenbandjes, postzegels. Het sparen van bierglazen begon nog niet zo erg lang geleden, dat was in 1993. Hij kocht een treetje met zes flesjes Grolsch bier en daar zat een gratis glas bij met een mooie afbeelding. Dat werd het eerste glas van wat nu uitgegroeid is tot een fraaie verzameling.

Zijn laatste aanwinst kreeg hij van zijn schoonzoon, en dat is wel een heel fraai bewerkt exemplaar. Gelukkig gaan er veel makke glazen in de kast zodat ook voor deze glasschoonheid een plekje ingeruimd kon worden.

Duitsland is het land van de ‘Bierpul’, u weet wel, die stevige jongens met handvat, al dan niet voorzien van een deksel. Nadeel van zo’n pul met deksel is, dat als je die vaker op je neus krijgt, je met een snee in je neus komt te zitten. Vooral stevige ‘innemers’ lopen een verhoogd risico. Dick heeft een prachtig exemplaar met deksel en een afbeelding van fort Erfprins er op. Een geschenk van neef Arie die wel vaker met iets moois aan komt. En de beloning die Arie voor al die goedgeefsheid vraagt: Doe mij maar een biertje Dick. Zo kwam Dick door die zelfde schenker Arie in het bezit van de flinke bierpul waaraan een toeter vastgemaakt zit met u weet wel zo’n rubberen knijpbal. Handig hoor want als je pul leeg is dan laat je gewoon de ober door een stevig getoeter weten dat je droog staat. Wellicht een cadeautip voor de bierliefhebbers onder ons.

Het mooie van de verzameling van Dick is dat elk glas zijn verhaal heeft. Zoals het glas in de vorm van een laars dat een vriend meenam uit de plaats Schultheim in Duisland. Deze vriend was in de oorlog tewerk gesteld in de plaats Schultheim en wilde nog een keer terug naar die stad. En zo staat er toch ook een “geleend” glas in de vitrine. Meegesmokkeld door een nicht die op vakantie was in Mexico. Zij kon de verleiding echt niet weerstaan. Wat zal dit glas mooi staan in de vitrine van oom Dick, dacht zij. En ja eerlijk is eerlijk hij staat heel mooi. We moeten er maar op vertrouwen dat de Mexicaanse ambassadeur deze uitgave van Eén niet te lezen krijgt. Hoewel, op de website van de Vredeskerk staat dit verhaal ook. Nou ja we wagen het er maar op Dick. Zo zijn er heel wat mensen die het goed voor hebben met Dick en een glas meebrengen uit binnen en buitenland. Zo staat er tussen de bonte verzameling glazen van Dick (zie de foto) zelfs een bierglas van een Bijbelvaste Duitse glasblazer. Gaat het vertalen u lukken? Zo niet, dan belt u maar hoor.

Ik zie ook glazen in de kast staan van voetbalclubs als Ajax, Feyenoord, Sparta, maar ook met namen van inmiddels niet meer bestaande of gefuseerde plaatselijke clubs. Watervogels, Helder en HRC. Maar wat nou, niet van HCSC? En dat nog wel voor een ras HCSC-er als Dick. Zaterdag 25 mei, dus nog maar kort geleden werd hij nog in het zonnetje gezet door het bestuur van HCSC omdat hij vanaf de oprichting in 1948 al lid is. Maar liefst 65 jaar! En dan geen glas van HCSC in de kast? En bij HCSC lusten ze heus wel een biertje hoor. Ja, dat is ook zo, beaamt Dick, maar er is nou eenmaal nooit een glas uitgegeven. Jammer? Ach.

Jaarlijks wordt de kast door Mieny en dochter Teddy leeg gehaald en de glazen stuk voor stuk afgewassen. Niet in de vaatwasser, dan kan de opdruk van een glas beschadigen. Als de klus geklaard is nemen moeder en dochter op de goede afloop een ……, nee geen biertje maar een wel dik verdiend wijntje.

Dick, zeg ik, er is vast wel iemand onder de lezers van dit stukje over jouw verzameling die denkt, ach ik heb nog een mooi, leuk of bijzonder glas die verzamelaar Dick vast nog niet heeft, die mag hij met alle plezier van mij hebben. Lang na te denken hoeft Dick niet: dat zou ik best op prijs stellen. Ik speur nog een keer goed door het glaswerk in de vitrinekast, maar nee hoor ik zie hem niet staan. Wat niet. Nou het fluitje met daarop de afbeelding van de Vredeskerk. U snapt hem al die ga ik cadeau geven aan Dick en als beloning vraag ik een …. pilsje maar dan zonder alcohol. Iemand blij maken kost vaak een fluitje van een cent.

Op uw gezondheid: Proost, Salud, Lechajim, Zum Wohl, Santé.

Rien Schelhaas

 

 

 

 

 

 

Juul Tahapary, kralenboompjes

April 2009

Kralen rijgen, wie heeft dit ooit niet gedaan. Dat begon al vroeg als hij of zij goed en wel uit de luiers was en het brevet kleuter had bereikt. Soort bij soort en kleur bij kleur een waar scala aan variaties. De hobby van Juul heeft ook alles maar dan ook alles met kraaltjes te maken, maar dan wel met minikraaltjes. Als je het over priegelen hebt, dan valt deze hobby in de categorie; PRIEGELWERK.

Bloesemtakken, boompjes, planten en bloemen te kust en te k(l)eur. Grote en kleine. Kleurig en fleurig en in stukken gemaakt van één kleur. Juul maakt het allemaal en met een groot portie plezier en geduld. Het is haar grote liefhebberij die begon in 1984. In het Helders Weekblad stond dat in de Boerderij een cursus “Kralenboompjes” maken zou worden gestart.

Juul meldde zich aan en heeft daar geen dag spijt van gehad. In de loop der jaren heeft ze een indrukwekkende hoeveelheid kunststukjes in elkaar gepriegeld. Meer dan 1000, nee, er staat geen nulletje te veel, u leest het goed meer dan duizend. En staan die allemaal in haar flat? Als u Juul een klein beetje kent, dan is het niet moeilijk voor te stellen dat de „weggevers‟ bovenaan haar scorelijst staan! Want ja zo is Juul nou eenmaal. Het zit in de genen zouden we nu zeggen. Bij een verjaardag, ziekte of zomaar. Zo werden onlangs nog de meisjes, die zo voortreffelijk de koffieochtenden in de Vredeskerk verzorgen, verrast met een roos van kraaltjes. Waarom?

Omdat ze dat verdienen en uit dankbaarheid en waardering. Het eerste werkstuk wat uit handen van Juul kwam was een „hangplantje‟. Ik voel me een bevoorrecht mens want sinds jaar en dag staat, nee ik moet zeggen hangt een soortgelijk kunstwerkje bij mij thuis. Of het net echt is? Tijdens een vakantie werd door buurvrouw Elly niet alleen de tuin bewaterd, maar ook de planten in huis. Daarbij ontsnapte het bewuste hangplantje van kralen niet aan haar gieter, maar ja toen moest de dweil er wel aan te pas komen. Echt gebeurd? Echt gebeurd!

Op één van de koffieochtenden waarvan Juul een trouwe bezoekster is, werden de bezoekers verrast met een mooie schelp (van meneer Piet Bais) met daarin een „levend‟ plantje. Het plantje ging dood, maar geen nood, ook daar staat nu een kleine namaker in. Dit is tevens haar kleinste werkstukje. Op de foto zichtbaar als een ondergeschoven kindje naast en onder de prachtige Japanse roos, het grootste werkstuk van Juul. Dit ware kunstwerk maakte zij in opdracht. Mevrouw, kralen zijn duur hoor, waarschuwde Juul vooraf. Ja dat weet ik mevrouw Tahapary, sprak de mevrouw vol begrip.

Maar u raadt het al, precies….. Zo‟n 80 priegelende werkuren aan takjes, bloemetjes en blaadjes, vervaardigd uit honderden en nog eens honderden kraaltjes! Opdrachtgeefster: Nee, dank u voor de moeite, het is me toch te duur!! Ja (je moet maar durven), maar Juul zou Juul niet zijn om nu nog steeds met groot plezier zelf van de „geweigerde Japanse roos‟ te genieten, en dat zonder enige vorm van wrok of boosheid. Ook dat is een kunst en lijkt mij nóg moeilijker dan het maken van Japanse rozen. Voor uw beeldvorming zoals dat zo mooi heet: 1 bloemetje bestaande uit 5 bloem-blaadjes en een stampertje: 268 kraaltjes! Eén groen klein blaadje: 42 kraaltjes.

En dan niet ongeveer zoveel kraaltjes, maar het aantal moet exact zoveel zijn! Nou dan mag je wel een paar ogen op steeltjes hebben om al die minikraaltjes op draad te krijgen. Nou zijn een paar goed ziende ogen natuurlijk altijd heerlijk, maar deze minikraaltjes rijgen gaat gelukkig toch een beetje anders in zijn werk.. Men neme een bakje en gooie een flinke hoeveelheid van dat kleine grut in een bakje. Dan roere men het draadje van metaal door de kraaltjes heen en zie daar, een aantal rijgen zich als vanzelf aan het draadje van metaal. Maar wel tellen geblazen want een bloem moet opgebouwd worden om een mooie bloem te krijgen. Dan weer eens 10 en dan weer 5 enz. En dat telwerk gaat op gevoel en met gevoel.

Dus nog maar een keertje met recht en rede gezegd: zorgvuldig priegelwerk en dat is het. Voor het op peil houden van de voorraad kraaltjes zorgt dochter Celie, die in Alkmaar woont. Op de Laat 56 kom je de hobbyzaak “Palet” tegen. Een zaak met van alles en nog wat voor de hobby van moeder Juul. Favoriete kleuren van Juul zijn de lila en paarse tinten. En daar heeft ze dan ook al de nodige kleurige bloemen mee gemaakt. Vanuit een boekje? Ook ja, want wat heeft meneer Cantecleer nou niet in een boekje staan. Maar verreweg het meeste van wat Juul maakt ontspruit aan haar eigen fantasie. Zo‟n 40% uit het boekje en 60% uit de koker der fantasie.

Ik mocht van Juul tellen, nee geen kraaltjes, maar hoeveel werkjes er bij Juul in huis terug te vinden zijn. Ik kwam uit op 39 bloeiers en nietbloeiers, een fleurig en kleurig geheel. Veel? Nou nee als je er meer dan 1000 in de vingers hebt zitten is dat niet veel en water geven is geen probleem.Gemiddeld een uur per dag is Juul met haar hobby bezig. Een hobby waar zij nog graag de komende jaren mee door wil gaan, hoewel er een aantal vingers beginnen te protesteren, met name de beide wijsvingers, waar letterlijk eelt op zit. Na nog een laatste kop koffie met een tweetal (oven)heerlijke, op Indonesische wijze klaargemaakte plakken “Oom Jan koek” met kaas, neem ik afscheid van Juul. Alleen maar gewoon met een hand en een kus? Natuurlijk niet er wordt een zakje in mijn hand gedrukt met daarin een vaasje met drie prachtige lila bloemen. Stel je voor met lege handen bij Juul vandaan komen, dat kan toch niet!

Rien Schelhaas.

P.s. Oom Jan, de maker van de heerlijke koek is de broer van Juul.

Ton Schrama, modelbouw

250De hobby van ... Ton Schrama

Modelbouw

Als je aan de hobby “Modelbouw” wilt beginnen bedenk dan wel dat hét sleutelwoord is: Geduld, u weet wel van die schone zaak. Toen ik op maandagmorgen de gezellige kamer van de fam. Schrama binnenstapte en in al haar grootsheid de roemruchte Titanic zag staan alle twijfel, mocht die er nog zijn, in één klap weg was: Rien jongen een hobby modelbouw kun jij in ieder geval dus wel vergeten.

Wat een indrukwekkend stuk werk stond daar op tafel mooi te zijn. Met een lengte van 1 meter en 7 centimeter is deze Titanic hoewel 250 keer kleiner dan de echte Titanic die in 1912 haar rampzalige proefvaart maakte, verder voor 100% identiek! Ongelooflijk.

Ik heb ze niet nageteld, maar zo vind je b.v. de 1200 patrijspoorten die de Titanic rijk was ook terug in de door Ton gebouwde Titanic. Met een mini handboor 1200 patrijspoortjes boren! Ik moet er niet aan denken. Maar ja geduld hé. Alles, maar dan ook alles zit erop en eraan. Het woord replica is hier zeker op zijn plaats. Wat een klus en wat een pracht.

Het koninklijk aandoende schip met haar 1 meter 7 boezemt bij het zien terecht ontzag in. En dat hier heel wat werkuurtjes in zitten en ook heel wat geduld aan te pas is gekomen,daar hoef je geen expert voor te zijn om dat te zien. Ton heeft er twee winters aan gewerkt, bij benadering zo’n 500 uur. Maar wel met heel veel plezier.

Ton was 6 jaar toen hij zijn eerste werkstuk maakte. Van een bouwplaat een vliegtuig van het type Harvard. Nee jammer genoeg heeft hij zijn eerste maaksels niet meer. Weggegeven aan buurtjongetjes toen Ton groter was gegroeid . Na de Harvard zijn er heel wat vliegtuigen, schepen en automodellen gevolgd. Vader en moeder Schrama hebben de jonge Ton altijd gestimuleerd in zijn hobby. Zo kreeg hij (van blik) een DC 6 van zijn ouders om te bouwen. Ton heeft het altijd nog steeds een prachtige hobby gevonden. Je helemaal inleven en het perfect namaken van een vliegtuig of schip dat was en is nog steeds zijn drijfveer.

Een aantal kartonnen bouwplaten van b.v. de Karel Doorman spaart Ton op voor zijn oude dag, want hij verwacht dat hij het gewoon niet kan laten, hoe oud hij ook mag worden. Ton is wat je noemt een solist in zijn hobby. Zelf doen, luidt zijn parool. Voor alles een oplossing zoeken en het vinden ervan, en dat lukt prima.

Je kwaad maken en driftig worden zijn twee begrippen die averechts werken bij de modelbouwhobby. Het advies van Ton is dat je het dan beter een maandje aan de kant kunt zetten. Het “nog vandaag afhebben” idee moet je bij voorbaat al in de prullenbak gooien.

In elk laatje wat je opentrekt in de werkkamer van Ton zit gereedschap. Naast de huis tuin en keuken spullen, vooral het meer fijne gereedschap voor al het priegelwerk .En dat Ton zo’n priegelaar is, wordt nog eens onderstreept als je een aantal geopereerde en gerepareerde klokken ziet liggen op zijn kamer. Want dat is ook een hobby van hem. En dan snap je meteen dat het uren schuren van een onderdeeltje van de Titanic beneden moet gebeuren, want klokken en hout schuren bij elkaar zijn natuurlijk uit den boze. Dat bijt elkaar.

Alle hobby’s kosten (bijna altijd) geld en zo ook Modelbouw. De Titanic is helemaal van hout gemaakt. Of het nou de ronde schoorstenen zijn of de reddingsschepen of de boeien het is allemaal hout. In 3 prachtige verzamelbanden staan niet alleen de tekeningen van elk onderdeeltje, maar ook de geschiedenis van het schip. Hier mag je spreken over waar voor je geld hebben. Een rijk bezit.

Komt de “Titanic” voor het raam te staan? Nee één Kijkshop in de Spoorstraat vindt Ton wel genoeg. Hij krijgt wel een ere plaatsje in de woonkamer op de kast. Nee,de kamer staat niet vol met de maaksels van Ton. Wel het houten bottertje waar hij op mijn verzoek mee op de foto staat. Want als u nou denkt, ik wel dat best eens proberen zo’n bootje maken, dan niet meteen denken aan de Titanic van 1 meter 7 met alles erop en er aan. Kijk dan is zo’n prachtig bottertje is een verstandig begin.

De bekende sleepboot de Zwarte Zee staat op zolder om eerst afgemaakt te worden. Alhoewel het kriebelt bij Ton om aan de slag te gaan met het in 1958 te water gelaten passagiersschip de Rotterdam. U weet wel die onlangs definitief afmeerde aan de kade in Rotterdam om te worden omgebouwd tot theater, restaurant etc.

Ook zo’n prachtig schip met een rijke historie.

En dan is daar nog de Lockheed Constallation, ook wel luisterend naar de troetelnaam “Super Connie”.Het favoriete vliegtuig van Ton. Connie is er al wel in karton en plastic, maar nog niet in hout. En ja dat is toch wel je dat. Afwachten geblazen dus en daarom sluiten ons gesprek af met waar we mee begonnen, dat geduld een schone zaak is en blijft en dat dit niet alleen geldt voor de prachtige hobby van Ton.

Rien Schelhaas

Piet Moens, Hr. Ms. Abraham Crijnssen

Piet Moens
Hr.Ms. Abraham Crijnssen

September 2008

Nee de rode loper werd het niet, maar wel via een betrouwbare loopplank stapte ik aan dek van de voormalige Hr. Ms. Abraham Crijnssen. Eenmaal aan boord word ik al opgewacht door de Abraham van de Abraham Crijnssen, Piet Moens die deze dag dienst heeft als suppoost. Onder het genot van een bakkie troost raken we al snel in gesprek over de grote hobby van Piet: de Crijnssen zoveel mogelijk terug te brengen in oude staat. Dus zoals hij er uit zag toen het schip in september van het jaar 1936 op de ( nog steeds bestaande) scheepswerf “Gusto” te Schiedam te water werd gelaten. En dat is een klus werk die er niet om liegt. Piet is het gedeeltelijk met me eens als ik stel dat de Crijnssen geleidelijk omgetoverd wordt van Schroot tot Boot. Toen hij samen met een maat aan “De Klus” begon kon je wel zien dat het een schip was, maar het leek nog maar weinig op de trotse, roemrijke mijnenveger Hr. Ms Abraham Crijnssen van weleer.

Vanaf het begin dat Piet als suppoost op het schip dienst deed had hij wat met het schip zoals dat heet en bood zijn diensten aan als voormalig scheepmaker ijzer van de Rijkswerf. Dus terug in zijn oude vak. Of het nu in dit geval werd „Van zijn werk zijn hobby maken of andersom dat weet ik niet, maar wat ik wel weet is dat Piet het een prachtige hobby vindt en dan doet de woordspeling er niet toe.

En vanaf de start zitten er dan ook al zo‟n slordige 4000 werkuren van Piet in het opknappen van het schip. En dat dit geen weggegooide uren zijn mag wel blijken uit het resultaat dat al bereikt is samen met een aantal collega‟s.

Bij het scheepvaartmuseum in Rotterdam werden een aantal originele bouwtekeningen van de Abraham Crijnssen opgeduikeld en verder zijn op intuïtie en ervaringsgevoel de nodige veranderingen aangebracht. Zo is de stuurhut in oude staat teruggebracht en dat geldt ook voor de kaartenkamer en de radiohut. En boven op de brug is de spreekbuis en het kompas weer in perfecte originele staat. Geweldige resultaten dus. En dat ook één van de oude stoomketels het weer doet (wel niet op stoom maar op stroom) geeft heel veel voldoening.

Dat de voormalige Hr. Ms. Abraham Crijnssen uitgekozen is als onderdeel van het Marinemuseum is geen willekeur. Dit heeft alles te maken met de spectaculaire ontsnapping in 1942 aan de Japanse oorlogsvloot in Nederlands Indië. De toenmalige commandant Anton Mierts, presteerde het om samen met de in der haast opgetrommelde bemanning in 9 dagen tijd te ontsnappen aan de aandacht van de Japanners.

Hoe? Als drijvend eiland! Overdag stilliggend voor één van de vele eilanden die Indonesië rijk is. De Crijnssen was totaal omgetoverd in een eilandje, gecamoufleerd met takken, bomen en ander groen. Net een echt eiland! Alleen s‟nachts werd er gevaren. En wonder boven wonder werd Ausralië gehaald.

Alleen daarom is een plek van deze oude mijnenveger in het museum zeker op haar plaats. In het begin stond de leiding van het museum best wel wat sceptisch tegenover de klus en de klussers. Er was tegenwind en ongeloof in het welslagen van de onderneming.

Maar de boot is in de afgelopen jaren meer en meer op de mijnenveger Hr. Ms. Abraham Crijnssen gaan lijken en de Marinemuseumleiding is dan ook vol lof. En waar de hobbyïstische klussers erg blij mee zijn, dat zijn de positieve opmerkingen van oud bemanningsleden van het schip. Oud bemanningsleden die na jaren een bezoek brengen en aan boord stappen van hun Hr. Ms. Abraham Crijnssen. Van deze mensen krijgt Piet ook de nodige waardevolle tips. Zoals hoe de slaapverblijven ingericht waren en dat is natuurlijk nuttige informatie waar je wat mee kunt.

Want ja het schip was onherkenbaar als mijnenveger geworden toen het in 1996 uit Rotterdam naar Den Helder kwam. In Rotterdam werd het vanaf 1961 gebruikt door de Zeekadetten. Om ruimte te winnen was het schip flink gestript. Het schip was net een kaal geplukte kip.

Maar de boot met haar rijke historie ziet er steeds gezonder uit en dat kun je van een kaalgeplukte kip niet meer zeggen.

Als suppoost kun je veel in de gaten houden en je diensten aanbieden aan de bezoekers. Maar alles in de gaten houden lukt nou eenmaal nooit. Zo vond iemand dat hij of zij meer recht had op de noodverlichting van het kompas. Messing olielampjes die niet meer bestaan en dat doet erg zeer. En de stelende hand afhakken gaat ook niet, want ook het prachtige officierszwaard dat aan boord mooi stond te zijn in de originele kledingkast, (achter slot en grendel) werd door een onverlaat gestolen. Helaas, helaas.

Hoewel het gelukkig heel sporadisch voorkomt, gebeurt het toch dat er mensen door hun gedrag van boord gezet moeten worden. Nee ze worden niet gekielhaald, hoewel je dat misschien wel eens zou willen.

Dat het Marinemuseum meer naamsbekendheid krijgt is goed te merken. En een goede naam, want het museum krijgt mooie cijfers van het publiek dat naast Nederlanders ook bestaat uit Duitsers, Engelsen, Amerikanen, Australiërs, Tsjechen, Italianen en soms ook Japanners.

Opvallend is dat er zo weinig Jutters komen en dat is jammer want een beetje meer trots op het Marinemuseum is zeker op haar plaats aldus Piet.

Zowel het klussen als het suppoosten vindt Piet mooi werk. Opvallend is dat de mensen heel wat vragen stellen over het schip. Dan is het extra handig dat je ook daadwerkelijk aan het schip werkt, want dan voegt dat soms nog iets extra‟s toe aan een antwoord dat je geeft.

Als er bij warm weer „geklaagd ‟ wordt over het ontbreken van airco ,dan is de uitleg dat die er nog niet was in 1936 meestal voldoende. En dat daarom de bemanning koos voor het slapen aan dek onder de sterrenhemel. En dat roept dan de nodige nostalgische beelden op bij de bezoekers.

Piet heeft nog twee grote wensen voor de Abraham Crijnssen. De eerste is dat ooit het stadium wordt bereikt dat je van een afstand kunt zien: “ Kijk daar ligt de (voormalige)mijnenveger “ Abraham Crijnssen”. En de tweede is een nieuwe betere ligplaats voor het schip. Momenteel wordt deze min of meer overschaduwd door de enorme onderzeeboot op het droge. En die nieuwe ligplaats gaat er binnen afzienbare tijd komen, zoals dat mooi heet. Wellicht dit jaar nog en anders in 2009. Dan komt het schip te liggen voor de “Schorpioen”. Daar zal het zeker beter uitkomen en de plaats krijgen die het verdient. Voordat dit gebeurt krijgt het eerst nog een dokinspectie om te zien hoe het schilderwerk er onder de waterlijn uit ziet. En dat is nodig want de huidige verflaag zit er al weer 10 jaar op. Dan de toekomstige rol van de “Abraham” op de “Abraham‟: Piet wil als het qua gezondheid en energie kan, graag nog een mooi aantal jaren doorgaan met zowel het klussen als het suppoosten en dat zou voor de beroemde voormalige “Hr. Ms. Abraham Crijnssen” een weldaad zijn, want ja, als iemand weet waar de mosterd vandaan komt, is dat Piet wel.

Rien Schelhaas

Frits Martens, voetbalclub HCSC

Mei 2008
De hobby van ...
Frits Martens, HCSC

Als ik op een zaterdagmorgen het voetbalterrein van H.C.S.C. op ga, zie ik Frits al lopen voor de tribune bij het hoofdveld met de vlag van de vereniging onder de arm.

Het hijsen van sponsorvlaggen en de clubvlag is één van de taken die behoren bij het werk van een „voetbal-koster‟. Een taak die Frits een keer in de vier weken voor zijn rekening neemt. Voordat de eerste bezoekers zo rond negen uur verschijnen heeft Frits er al een uurtje werk op zitten. De cornervlaggen wapperen, de vlaggen zijn in top gehesen en de doelen zijn er klaar voor om de doelpunten op te vangen. In de „keuken‟ onder de tribune worden dan de bekertjes met limonade in geschonken en in de kleedkamers klaar gezet voor de voetballende jeugd voor in de rust.

We gaan even een kijkje nemen bij de “Kabouters” de jongens van 4 en 5 jaar die aangemoedigd door vaders en moeders binnen een afgerasterd veldje achter de leren knikker aanrennen. Twee “vadertrainers” brengen op deze manier de enthousiaste jongens de eerste beginselen van het edele voetbalspel bij. Het is echt een feest om naar deze kabouters te kijken. Als de kabouters groter gegroeid zijn maken ze de overstap naar de mini-pupillen; daarna begint het echte werk bij de pupillen, junioren en senioren.

Als 10 jarige begon Frits bij de welpen (kabouters bestonden nog niet) zijn voetbalcarrière. De trainer kreeg al gauw in de gaten dat Frits een talentje was. Het kon gewoon niet uitblijven dat „vastbijter‟ Frits later werd opgenomen in de selectie van het 1e elftal. En daar heeft hij maar liefst 15 jaar in gespeeld!! Van de bekende voetbalnestor Wim Cornielje hoorde ik dat Frits een geweldige “knokker” was met een enorme inzet die doorging tot aan de laatste minuut van de wedstrijd.

Na zijn actieve voetbalperiode trainde en begeleidde Frits jeugdelftallen. In die tijd bleek al gauw dat zoon Frederik de kwaliteiten in zich had om ook door te kunnen stomen naar het eerste elftal, maar helaas zetten hardnekkige blessures een streep door de rekening.Als materiaalcommissaris maakt Frits deel uit van het bestuur van de afdeling veldvoetbal. Om dit werk goed te kunnen doen is het noodzakelijk goede contacten te hebben met spelers, trainers en begeleiders. Met 350 actieve, spelende leden, verdeeld over 25 teams, rollen er bv. alleen al zo‟n 350 leren knikkers over het gras.

En laten we wel zijn, een goeie bal is een eerste vereiste bij het voetballen.Een pupillenbal weegt zo‟n 250 gram en de junioren spelen met een bal van 300 gram, daarna heten ze seniorenballen. De scheidsrechter bepaalt altijd of een bal goed is of niet. Maar net als bij auto‟s staat de juiste druk op de ballen zelf aangegeven, dus aan de bal kan de schuld niet gegeven worden als er een wedstrijd wordt verloren. Dan de schuld maar neerleggen bij de scheidsrechter of toch maar bij jezelf?

Het paradepaardje van een voetbalvereniging is meestal de selectie c.q. het 1e elftal. Dat is ook zo bij H.C.S.C. Frits is er dan ook op gespitst dat alles pico bello in orde is bij de mannen van het 1e. . Zien de (sponsor)shirtjes er goed uit die terug komen van de wasserette, zijn er genoeg ballen etc. etc.

Als er een nieuwe outfit moet komen dan speelt Frits voor kleermaker. Hoeveel Mmetjes enz. Dus de maat nemen van de voetballers. Ook het wassen van de zo geheten „inloopshirtjes‟ (voor een wedstrijd begint) van de 1e elftalspelers, heeft Frits op zich genomen.

Nee dit klusje wordt niet doorgeschoven naar zijn vrouw Akke, hij wast alles zelf en blijkbaar nog goed ook. De trainer en spelers zijn dik tevreden over het werk van Frits. Net als het Vredeskerkwerk draait H.C.S.C. op vrijwilligers en hobbyisten zoals Frits. Ook bij H.C.S.C. is het niet altijd even gemakkelijk om al het werk draaiende te houden. Hoewel er gelukkig ook jongeren actief zijn , wordt er veel van het werk verzet door oude getrouwen die vergroeid zijn met de club. Maar met name voor sommige lagere elftallen bij de jeugd is het heel moeilijk om een trainer en elftalbegeleider te vinden. Op 5 juni 1948 werd H.C.S.C. opgericht, dus dit jaar wordt trots en met dankbaarheid het 60 jarig jubileum gevierd. De vereniging is gezond en springlevend en hoopt dat nog vele jaren vol te houden, aldus Frits.

Rondom dit heugelijke gebeuren speelt het 1e van H.C.S.C. een thuiswedstrijd tegen Cambuur. En ja hoor, de thee en limonade rondom de wedstrijd is toevertrouwd aan Frits, dus dat zit goed! En dit alles valt samen met belangrijke zaken die op korte termijn staan te gebeuren. H.C.S.C. en W.G.W. moeten het ‘veld’ ruimen voor het nieuw te bouwen Gemini-ziekenhuis. En zoals het er nu naar uitziet zorgt de gemeente Den Helder voor één nieuw sportcomplex voor beide clubs aan de Linie.

Een samen optrekken (ook wel fusie geheten) van beide clubs is mede om die reden in een stroomversnelling geraakt.Twee niet weg te denken Helderse voetbalverenigingen willen met elkaar door gaan onder een nieuwe naam, met een zaterdagafdeling en een zondagafdeling. Heeft dit wel voordelen? Ja, zegt Frits door deze fusie wordt het bv. makkelijker om met name een aantal jeugdelftallen te bemannen.

Deze spannende en toch ook emotioneel beladen periode wil Frits volop meemaken en zijn schouders met die van de andere vrijwilligers c.q. hobbyisten onder deze zware klus zetten, zodat het ook in de toekomst een voorrecht blijft om spelend of niet spelend lid te mogen zijn van voetbalclub ………? V.V. Eb en Vloed of V.V. Springtij of misschien wel V.V. de Oecumene. Frits kijkt op zijn horloge, want hij moet nodig de thee en limonade verzorgen voor een paar elftallen want de eerste helft van de wedstrijden zit er bijna op. En stel je voor geen drinken in de pauze…..!

Rien Schelhaas

Eef Schenkels, poppen maken en vingerhoedjes verzamelen

Januari 2008 (Eef is overleden)

De gezellige kamer van Eef Schenkels binnenstappend trekken Alex, Aaltje, Maaike en Leentje en nog een aantal prachtig aangeklede poppen al meteen mijn aandacht. Ze staan daar in de vitrinekast samen mooi te zijn. Mooi is niet het goede woord, prachtig is beter. En dan zie ik een lieftallig meisje naast de schouw zitten en zeg haar vriendelijk gedag. Maar het lieve kind zegt (hoe onbeleefd) niets terug. Nee, geen wonder, het meisje blijkt een levensechte pop te zijn.

Eef was 4 jaar oud toen ze deze schitterende pop van haar moeder kreeg. Op de bazar van de christelijke lagere school in Duivendrecht won moeder Leentje ter Maten op een lootje deze schoonheid.Ontroostbaar was Eefje dan ook toen haar zusje Addy bij het spelen de pop liet vallen en oh, drama van de bovenste plank, het hoofd onherstelbaar kapot bleek te zijn. Pas in 1992 heeft Eef het poppenlijf uit de linnenkast van haar moeder mee naar Den Helder genomen en zelf een nieuw hoofd voorde pop gemaakt. Nu is het weer een pracht van een poppenkind!!

Het maken van poppen leerde Eef bij mevrouw Friskus aan de Hendrik Baskeweg. Als eerste resultaat, zag pop Aaltje met de zwarte pijpenkrullen het daglicht. De kleding van Aaltje ook wel Addy genoemd, bedacht Eef zelf. O, maar wacht eens, even later zie ik in de hobbykamer aan de muur een diploma hangen uitgereikt aan Eef ter Maten in Amsterdam, door de BOND VAN LEERAREN EN LEERARESSEN VAN “DE KLEEDERINDUSTRIE”.Je kunt zeggen dat pop Aaltje proefkonijn was, voordat de nog (naamloze) schoonheid in het stoeltje bij de schouw van een nieuw hoofd en nieuwe kleding werd voorzien. Nee, niks geen kant en klare koppen (sorry, hoofden) alles eigen fabricage. Maaike is de favoriete pop van Eef. Helaas, helaas werd dit ook haar laatste creatie. De ogen van Eef, aangetast door glaucoom lieten haar in de steek, het kon gewoon niet meer. En juist déze Maaike vindt Eef de beste. Waarom? Nee niet om de kleding, maar de ogen zijn zo goed gelukt! Eef was als kind een echte poppenmoeder. Veel poppen had ze niet.

Thuis waren we niet rijk. Eerst was daar alleen Jantje en later kwam Willemientje erbij, vernoemd naar de voormalige koningin. Vader ter Maten was een heel „doenerig mens‟. Als voorzitter van de Oranjevereniging in Duivendrecht organiseerde hij o.a. kinderspelen. En ja hoor de kleine en rappe Eefje won de 1e prijs met zaklopen. Ze kon kiezen voor een werkelijk prachtige pop, maar hoe dom zou je denken, Eefje koos tot verbazing van de mensen die erbij stonden voor de veel minder mooie pop met de naam Willemientje .Waarom?, nou ja zei Eefje ik vond haar een beetje zielig en dacht die wordt toch niet gekozen. Daarom! Jantje werd aangekleed met breiwerk van Eef zelf, want zoals de meeste meisjes in haar tijd moest zij al vroeg breien leren. Hoe de moeder van Eef naar school ging laat de pop met moeders naam: Leentje goed zien. Zwarte lange kousen, gestoken in smetteloos witte klompen, schortje voor en om de nek de „broodzak‟ met daarin de griffelkoker en boterham. Net als Sien het vriendinnetje van Ot.

Om al deze prachtige poppen te kunnen maken, moest de spaarpot regelmatig aangesproken worden, want een mooie hobby is het zeker, maar ook een dure. Voor de poppen in de kast staan enkele tientallen vingerhoedjes. Als coupeuse en werkzaam in een Amsterdams atelier, kreeg Eef belangstelling voor de vingerhoed. In de hobbykamer hangt een kastje vol met allemaal verschillende exemplaren. Ik telde er zo al meer dan 200.

Met haar man Alex trok zij er veel op uit met de caravan. Het werd een sport om uit diverse plaatsen en landen een vingerhoedje mee te nemen.

Als Eef dan ook een mooie of bijzondere zag, ging de portemonnee van Alex open. Zo groeide haar verzameling gestaag. Maar in het kastje is nog ruimte, dus als u denkt ……. Juist ja. Grappige, mooie en ook heel bijzondere in het oogspringende exemplaren staan ertussen. Zoals een vingerhoed uit Lourdes en voor mensen met hele goeie ogen de allerkleinste vingerhoed van de wereld. Ja, echt heel klein, meer voor een elfje of het vrouwtje van een kabouter. Ook de vingerhoed van Alex uit het naaizakje uit zijn marinetijd staat ertussen. Maar de mooiste?Ja toch wel die zij kochten in de kathedraal van York in Engeland.

Op deze staat het volledige “Onze Vader” afgedrukt. Ongelooflijk! Monnikenwerk?

Nee, poppen maken kan Eef heel spijtig niet meer. Daardoor bij de pakken neerzitten? Nee dat komt niet in het woordenboek van Eef voor. Zelf kaarten maken lukt nog prima en haar breinaalden laten tikken, op de maandagavond in de Vredeskerk en, en …… ja gewoon een Bezige Bij. Ik neem afscheid van Eef, Leentje, Alex, Aaltje, Maaike en de (nog) naamloze poppenkinderen en fietsend naar huis noem ik de schoonheid naast de schouw “Maxima”.

Rien Schelhaas.

 

Marion Borsch en Jan Wouters, iconen schilderen

Hebben Marion en Jan die gemaakt, klonk het met enige verbazing in de stem van menigeen die de prachtige iconen zag in de vitrinekast van de Vredeskerk. Ja, en ze zijn dan ook erg mooi! Zo zijn er heel wat verborgen talenten binnen onze gemeente waar we geen weet van hebben. De rubriek: “De hobby van”, brengt ze aan het licht.

Als Jan een icoon zag hangen en er bewust naar keek was daar steeds weer die gedachte: Dat wil ik ook nog eens gaan doen. Ook Marion kende dat gevoel bij het zien van een icoon. Toen het boekje van de Volksuniversiteit dan ook weer eens op de mat viel, schreef zij zich in voor de cursus iconen schilderen bij de in Den Helder bekende iconen schilder Ineke Pastoor. Ook Jan is bij haar op les.

Hoewel technisch gezien iedereen een icoon kan schilderen speelt het geloof in God een heel belangrijke rol. Want als het alleen om techniek zou gaan en zonder gevoel voor het mysterie van het geloof, zo vinden Marion en Jan, kun je niet meer spreken over een icoon. Een icoon straalt liefde, vrede uit, ervaart Marion en het geeft een binding met je geloof, vult Jan aan.

In principe kan, mag iedereen een icoon schilderen, maar het moet je raken, iets met je doen, zegt Marion. Zonder de meerwaarde van het geloof maak je een schilderij wat op een icoon lijkt, maar het niet is, denkt Jan. Iconen mogen nooit alleen maar als kunstvoorwerpen worden beschouwd, dat is bijkomstig en marginaal. In de icoon troont God en het mysterie van God en dat komt tot uitdrukking in de icoon. Dat gold al in de tijd dat de eerste iconen geschilderd werden in de 5e eeuw en dat geldt ook in 2007.

Tot de categorie ongeduldig, behoren best veel mensen, waar onder ik. Maar geduld heb je nodig als je iconen wilt gaan schilderen. Het is monnikenwerk! Eenmaal aan het werk vergeet je alles, zelfs het horloge. Het is zo drie uur later. Het geeft rust in het hoofd, dat is zowel de ervaring van Marion als van Jan. Elke icoon wordt vanaf het begin gemaakt volgens een eeuwen oud recept. Aan het gebruik van kleuren b.v. zijn vaste regels gebonden waar je je aan houden moet. Een icoon bestaat altijd al, je maakt dus altijd een kopie!! Laag voor laag wordt de te maken afbeelding opgebouwd. Zes á acht lagen zijn geen uitzondering.

In het kiezen van het materiaal waarop je wilt gaan schilderen ben je vrij. Marion werkt het liefst op “MDF”, Jan kiest voor massief hout omdat dit als materiaal terug grijpt naar de oorsprong. Aan een “eenvoudige” icoon, (die niet bestaat), wordt zeker meer dan 100 uur gewerkt. Aan de icoon “Johannes de theoloog”, heeft Jan met veel plezier gewerkt. De “Moeder Gods” was voor Marion heel bijzonder om te schilderen. Ja, zij weten ook welke icoon zij graag nog eens willen maken. Voor Marion is dat de icoon met de beide aartsengelen; Gabriël en Michael en op Jan zijn verlanglijstje staat een icoon in kruisvorm en misschien een icoon als tweeluik. Iconen worden ook wel ingezegend zoals dat heet.

De iconen die Jan en Marion hebben, zijn dat niet. Voor zover zij weten bestaan daar geen vaststaande regels voor. Krijgt een icoon daardoor een meerwaarde? Dat zal door iedereen weer anders worden ervaren zo denken zowel Marion als Jan. Als een icoon niet ingezegend is betekent dit niet dat een icoon gewoon een mooi plaatje is. Het is een waardige en waardevolle uitdrukking van je geloof. In de icoon worden wij er aan herinnerd dat ook wij icoon zijn van God. Marion zou wel afstand kunnen doen van een icoon. Maar die ze tot nog toe heeft gemaakt? Nee! Moeilijk hoor, zegt Jan. Ik weet op dit moment niet of ik dat zou kunnen. Voor zijn schoonzusje maakte Jan wel een icoon van de „Moeder Gods‟. Sinds het overlijden van zijn schoonzus hangt deze icoon in de woonkamer van Jan.

De icoon heeft een meerwaarde gekregen die er echt toe doet. Het woord verkopen van iconen staat niet in het woordenboek van Marion en ook niet in dat van Jan. Of dat bij een herdruk er wel in komt blijft een open vraag. Nu is die behoefte er zeker nog niet. Maar zeg nooit: Nooit. En wanneer lezen we in de krant: Iconen expositie van Marion Borsch en Jan Wouters, zit dat er wel aan te komen? Voorlopig blijf ik nog op les. Steeds blijven trainen, dat heb ik broodnodig, is Marion van mening. Nee aan exposeren ben ik nog lang niet toe. Exposeren? Ik weet (bijna) zeker van niet zegt Jan, daarvoor is bijvoorbeeld mijn productie van iconen veel te laag. Nee, ik vind het waardevol om dit te kunnen doen en dat is voor mij genoeg.

Als u nou denkt: een icoon schilderen, dat zou ik best wel willen proberen. Dan hebben Marion en Jan een eensluidend advies: Nooit zonder een cursus!! Dus wij Vredeskerkers hebben geboft met de “ Expositie”, in de vitrinekast met de prachtige iconen van de hand van Marion en Jan. Iconen die met veel liefde en toewijding door beiden zijn gemaakt. Een prachtige hobby van Marion en Jan en och zo‟n expositie in de vitrine is zeker voor herhaling 
vatbaar, vindt u ook niet?

Rien Schelhaas

 

 

 

 

Willem (Wim) Cornielje, postzegels verzamelen

April 2007
(Willem is overleden.) Als ik beweer dat in de vorige eeuw negen van de tien jongetjes (meisjes weet ik niet) postzegels spaarden, dan krijg ik van Wim gelijk. Hij was één van die jongetjes. Meestal werd er gespaard in een schoolschrift en natuurlijk meteen maar de hele wereld. Schriften vol en een boekje met dubbele om te ruilen. Ja, zo ging dat in de jaren veertig en de jaren daarna. Alles wat op een brief of kaart zat werd eraf geknipt en afgeweekt of gestoomd en op een theedoek op het aanrecht gelegd om te drogen. Wim’s moeder zorgde er wel voor dat dit niet te lang duurde, want het aanrecht moest wel ruim blijven. Ook nu wordt er nog geweekt en gedroogd op het aanrecht.

Of het aanrecht ook ruim moet blijven? Je ne sais pas, vraag het maar eens aan Wim zelf. Maar wat voor alles geldt: beginnen is één, maar volhouden is nog wat anders. Wim, was er één van beginnen en volhouden en is ‘Postzegelverzamelaar’ gebleven. Nee, hij spaart niet meer de hele wereld, dat is geen doen natuurlijk. Opa Wallast van moeders kant zag dat Wim een serieuze spaarder was en van opa kreeg hij voor zijn veertiende verjaardag een echt album.

Op Nederland en Nederlands Indië ging Wim zich toeleggen toen het om het echie ging. Nu heeft hij de Nederlandse Antillen en Aruba compleet zoals dit in het postzegeljargon heet. Ook Suriname, maar toen het een republiek werd is Wim daar mee gestopt. In een kast staan zo’n zeventien albums en zogeheten stockboeken, tjok en tjokvol met zegels, gestempeld en ongestempeld. Van de gestempelde zegels heeft Wim er van ieder soort vijf. Waarom vijf? Ja waarom? Misschien een beetje verzamelaars eigen. Je hebt wat te ruilen. Al met al een verzameling van op z’n minst tienduizend zegels!!

Maar ja, als je ook al bezig bent vanaf 1942 ... …. Nee was het maar waar. Er is een onderbreking geweest in het sparen. Op een goede dag (nee eigenlijk een slechte) dag ging Wim met een gedeelte van zijn opgebouwde verzameling naar ene meneer Quirinius, nee niet de landvoogd uit het Lucas evangelie. Déze Quirinius had een grote postzegelhandel in Amsterdam. U raadt het al, Wim ging zijn zegels te gelde maken, omdat hij een ruimere auto wilde voor zijn gezin. De ruimere auto is er gekomen, een groene Ford, en spijt als haren op zijn hoofd is er niet echt gekomen, want met een kale schedel lukt dat nou eenmaal niet, maar hij raakt nog steeds emotioneel bij dit verhaal, want ja?!

Wim heeft in de loop der jaren zijn verzameling gaandeweg weer opgebouwd en die mag gezien worden.

Sommige zegels zijn en blijven gewoon onbereikbaar. Te duur. Kijk maar naar de eerste zegels van Nederland. Dat zijn onbetaalbare museumstukken.

Echt vaak kijkt Wim niet in zijn verzameling. Wat is dan het mooie aan verzamelen? Een mix van mooi vinden en hebberigheid, zo iets denk ik, zegt Wim. En de zegels die met name de laatste jaren uitkomen zijn prachtig. Schilderijtjes in mini formaat. En de jaarlijkse inlegvellen van het album maken de in te plakken/stoppen zegels tot een prachtig geheel. Een zogenoemde ‘misdruk’ (vaak meer euro’s waard dan de goeie) komt de laatste jaren nog maar heel sporadisch voor. Wim heeft ooit een pracht van een misdruk gehad. Een Antilliaanse zegel met een helicopter zonder wieken.

Maar laten zien kan hij deze vleugellamme zegel niet meer. Wim vermoedt dat de eerder genoemde meneer Quirinius er erg blij mee was en er mee naar Aruba gevlogen is..

Met de frequentie waarmee nieuwe zegels uitgebracht worden heeft Wim de nodige moeite. Velletjes met prachtige zegels met verschillende afbeeldingen. Dus niks losse zegels sparen, een heel velletje. Te vaak en te veel, maar ja ze zijn prachtig en dus?!

Binnen de familie van Wim spaart alleen Peter postzegels. Wim zorgt voor de bevoorrading, zoals hij dit ook doet voor een oud-collega en een buurvrouw op de galerij.

Voor de beginnende verzamelaar geeft hij als tip mee om met Nederland te beginnen. Maar wel met ongestempelde zegels en dan opbergen in een stockboek (insteekmap), dan krijg je een goed overzicht.

Wim kan nog wel even doorgaan met vertellen, maar zijn middagje biljarten bij zijn op één na grote liefde HCSC wacht, daarom sluit ik af met hem te vragen of hij nog een grote of kleine wens heeft voor zijn postzegelverzameling.

Antwoord van Wim: Nee, geen wensen, ik ben dik tevreden met wat ik heb.

Rien Schelhaas

Jan Roelse, legpuzzels

Februari 2007
(Jan is overleden)
Als de zoemer gaat en je het trappenhuis van de flat binnenstapt waar Jan Roelse woont, dan hoef je alleen het spoor van opgeplakte legpuzzels die aan de muren hangen maar te volgen en je staat voor de deur van nummer 44. Maar dat spoorzoeken is niet nodig want het breed lachende gezicht van Jan spreekt boekdelen: Hartelijk welkom!

Als ik de gezellige kamer binnenstap is het eerste wat opvalt de legpuzzel op tafel waar Jan op dit moment aan werkt. Het is er één van duizend stukjes en uit het verdere verloop van het gesprek blijkt dat een puzzel van 1000 stukjes de voorkeur heeft van Jan.

Met een kop koffie onder handbereik steken we meteen maar van wal, want niet alleen puzzelt Jan graag, verhalen vertellen kan hij ook als geen ander. Wat dat betreft zou het vrij eenvoudig zijn om een Schakel van 20 pagina’s of meer te vullen.

Nee, hij kan zich niet herinneren dat hij als opgroeiend kind in Oost Souburg ooit een puzzel heeft gemaakt. Misschien ook niet omdat de ouders van Jan het niet breed hadden en het hebben van eigen speelgoed niet voorkwam bij hun thuis.

Na het overlijden van zijn vrouw is het maken van legpuzzels een tijdverdrijf geworden waar hij veel plezier aan beleeft, met name als avondvulling. Hij begint om ongeveer acht uur en moet dan rond de klok van twaalf zeggen: Jan, het is voor vandaag mooi geweest.

Het bord hoeft niet onder een bank geschoven te worden, alles blijft liggen zoals het ligt, ideaal vindt Jan.

Alleen puzzels die je zittend kunt maken, dus waarvan de horizontale afmeting het grootste is maakt hij. Want anders moet je staande werken om het goed te kunnen overzien en als 86 jarige mag je ook wel eens zitten niet waar.

De eerste puzzel die hij maakte was er meteen één van 1500 stukjes. Een prachtige afbeelding van het San Marco plein in Venetië. Ook deze hangt nu als schilderij in het trappenhuis van de flat.

Een prachtige hondenkop van 500 stukjes is de kleinste puzzel die Jan maakte en is de enige die rond van vorm is. In één adem noemt hij de merken Ravensburg en Jumbo als het om kwaliteitspuzzels gaat. Je zult dan ook geen ander soort bij hem aantreffen. Meestal zijn puzzels van andere merken van die ’slabberdewats’ dingen en daar begint Jan niet aan.

Hij moest even nadenken, maar nee een nieuwe puzzel kopen heeft hij nog nooit gedaan. Ons Zeeuwen bin zunig zei het Zeeuws meisje op tv, heeft dat er misschien mee te maken? Nee, dat niet, maar op iedere rommelmarkt (ook op die van de Vredeskerk) liggen altijd stapels puzzels, vaak nog spiksplinternieuw voor slechts € 0,50 te koop. Ja, het gebeurt soms wel dat zo’n puzzel nooit helemaal af komt, omdat er één of meerdere stukjes ontbreken. Is Jan dan teleurgesteld of, nog erger misschien, witheet?

Nee hoor, ik heb er dan toch mijn lol en bezigheid aan gehad zegt de nuchtere Zeeuw en daar gaat het mij om. Ja, dat ik misschien uren tevergeefs naar een stukje heb gezocht dat er niet is, dat is natuurlijk niet leuk, maar och het zij zo. Ook krijgt Jan met enige regelmaat puzzels van een bevriende puzzelaar, dus aan puzzels geen gebrek en een puzzel voor de tweede keer maken is ook weer nieuw, want ja alle stukjes liggen weer op een andere plek, dus!

Voor de laatste rommelmarkt in de Vredeskerk heeft hij nog zo’n 15 puzzels uit zijn voorraad weggebracht. Want het kastje met puzzels moet niet overvol raken. Een voorraad van 20 puzzels is meer dan genoeg.

De mooiste puzzel, zegt Jan (wel wat verkleurd door het zonlicht), die hij maakte hangt ook in het trappenhuis, meteen links aan de muur als je binnen stapt. Een afbeelding van een mooie Bengaalse tijger en een nog mooier gezicht van een vrouw . Zo hangt er nog een twintigtal in het trappenhuis.

In het weekend (met name op de eenzame zondag) maakt Jan cryptogrammen die in de Telegraaf en het Noord-Hollands dagblad staan. Dat mag hij ook graag doen en heeft met het oplossen al een aantal keren een prijs gewonnen. Sociale contacten zijn voor Jan heel belangrijk. Die zoekt hij ook op en daarbij is zijn auto een geweldig onmisbaar maatje, waar hij heel blij mee is, want het is koersballen hier en klaverjassen daar. En zo lang het nog kan, weet hij zich een bevoorrecht mens.

En via zijn eigen website http://home.casema.nl/roelse/Evertsen.htm , gemaakt door zijn zoon is de 86-jarige Jan ook nog volop bezig met de geschiedenis van de (oude Hr. Ms. Evertsen). Het achterhalen van overlevenden en nabestaanden van bemanningsleden is een passie. Een prachtig en zinvol werk, wat ook het nodige puzzel werk betekent, maar met prachtige en emotionele resultaten.

Nee, achter de geraniums zitten hoeft en doet Jan Roelse niet, want die staan nog niet op zijn vensterbank en daar is hij heel blij mee. En een puzzel met geraniums heeft hij ook nog nooit gemaakt, maar die wil hij best maken. Wie weet heeft u er wel één met geraniums of andere puzzels van maximaal 1000 stukjes waar u nooit meer iets mee doet.

Rien Schelhaas

P.s. Ik durf voor Jan wel een beetje brutaal te zijn. Alleen het merk Ravensburg of Jumbo!!

Jan en Marie Sampimon, hond Fincy

Jan en Marie Sampimon (Jan is overleden).

Geen vergissing mogelijk, een uitbundig "geblaft" welkom, van een meer dan enthousiaste herdershond. Dat moet Fincy zijn, de prachtige jonge herdershond van Jan en Marie Sampimon.

Na de eerste kop koffie is het ook geen vraag en verrassing meer, maar eerder een zeker weten: Fincy is de grote hobby van zowel Jan als Marie. Nee, het woord hobby is eigenlijk niet voldoende. Als Marie er dan ook aan toevoegt dat Fincy een deel van hun leven is, dan dekt dit beter de lading. Jan en Marie moeten allebei hun mobiliteit hebben van een booster, ook een onmisbare huisgenoot voor zo wel de 52 jarige Jan als de eveneens 52 jarige Marie. Er worden dagelijks de nodige kilometers mee afgelegd en nooit zonder Fincy.

Ja, maar dan zeker alleen als het een beetje knap weer is. Om de dooie dood niet, je komt het drietal in weer en wind tegen. Een rondje ‘perk’ en dan weer snel naar binnen? Nee, elke dag gemiddeld zo’n 15 á 20 kilometer op stap, met Fincy naast de booster.

Fincy is een teefje van 9 maanden, een mooie rashond. Jan en Marie hebben voordat ze Fincy kregen altijd een hond gehad en altijd een Duitse Herder. Fincy is het eerste vrouwtje, haar voorgangers waren allemaal (tien) mannetjes. Waarom dan de overstap naar een vrouwtje? De mannetjes uit het nestje waren op er viel niets te kiezen. Jammer voor Jan en Marie? Achteraf zeker niet, want ze konden hun oren echt niet geloven toen ze hoorden dat ze Fincy gratis en voor niks mochten meenemen. Een leuk cadeautje? Nee een schitterend, duur cadeau!

Volgens de spelregels die gelden bij rashonden moest de naam van de pup van Jan en Marie beginnen met de letter F. De bladzijde uit het namenboek van de bibliotheek viel open bij de naam Fincy (overwinnaar). En omdat Jan het ook een mooie naam vond was het niet moeilijk meer, het werd Fincy.

Ik hoorde van de tipgeefster voor deze aflevering van de rubriek de hobby van….., dat jullie stapelgek zijn van Fincy. Is dat niet een beetje overdreven? Nee, klinkt het uit twee monden dat klopt voor 200 %. Het is en blijft een dier, maar het bepaalt een groot deel van ons leven. Nee, Fincy hoeft voor ons geen speciale dingen te leren ook al zijn Marie en ik aangewezen op een booster.

Fatsoenlijk naast de booster lopen is de hoofdzaak. En dat lukt wel goed hoor, maar het kan geen kwaad dat Fincy onder deskundige leiding een zogenoemde ‘Socialisatie’ cursus gaat volgen, waarin aandacht wordt besteed aan begrippen als speuren, appél en pakwerk. 

Volgens Marie beseft Fincy heel goed dat Marie en Jan zelf niet in staat zijn om lekker met haar te rennen en te vliegen. Maar Fincy komt meer dan voldoende aan haar portie beweging. Madame wordt maar liefst vijf keer per dag uitgelaten. En hoe! s’ Morgens om zes uur rent Fincy naast de booster van Marie. Een (vroege) ochtend gymnastiek van zo’n vijf kilometer heeft Fincy dan al achter de poten.Rond de klok van 10.00 uur gevolgd door een kort rondje van 2 km en dan samen met Jan in de middag een fikse tippel van een kilometer of tien naar de stad of naar het strand. Naar het strand is voor Fincy het ultieme uitje. Vooral een duik in zee is een geliefde hobby waar ze niet genoeg van kan krijgen.

Om 19.00 uur volgt nog een sanitaire stop in de buurt, en als afsluiting van de dag maakt Marie rond het middernachtelijke uur nog een ritje van ruim een uur met Fincy. Het lijkt mij dat menige hond dit met de nodige en begrijpelijke jaloezie zal lezen.

Of ze wel eens uitgedaagd worden door Fincy, zo van je zit in een booster dus je kunt me toch niet pakken. Ja, dat kan ze heel goed. Ze blijft wel in de buurt van de boosters, loopt niet echt weg (ze kijkt wel uit), maar tot hoever kan ik gaan is een geliefd spelletje van Fincy. De mooiste eigenschap van Fincy is volgens Jan de openheid en eerlijkheid. Marie vult het aan met de begrippen vrolijkheid en uitbundigheid en ze geeft troost op momenten dat ik het moeilijk heb. Zoals laatst toen Jan opnieuw langdurig het ziekenhuis in moest voor de zoveelste operatie. In die periode heb ik veel troost aan Fincy ervaren en kon ik mijn verdriet kwijt.

Eensgezind zijn Jan en Marie als ze antwoord moeten geven op de vraag wat de minst leuke eigenschap van Fincy is. Ze sloopt alles, maar dan ook alles. Dat is ook de reden dat de hond absoluut niet in huis kan en mag. Nog niet. Fincy heeft daarom een mooi en warm eigen huis in de schuur. Marie en Jan hopen dat de gedragscursus die Fincy in Drachten gaat volgen er ook toe zal leiden dat ze wel in huis te handhaven is.

Tenslotte leg ik vijf begrippen op tafel en vraag aan Jan en Marie om een cijfer te geven voor het rapport van Fincy. (Zie onderaan)

Een mooi rapport voor Fincy, de temperamentvolle, trouwe, eetlustige, en mooie hond van Jan en Marie.

Rien Schelhaas

 

 

 

 

 

Gehoorzaamheid Jan 5   Marie 8* * Vrouwen onder elkaar?
Karakter            Jan 10 Marie 10
Slimheid            Jan 7* Marie 8 * Moet nog blijken na de cursus
Trouw              Jan 9   Marie 9
Eetlust             Jan 11  Marie 10

Hermine van der Horst - Som, quilten

September 2009
De hobby van ...
Hermine van der Horst - Som, quilten

Met de encyclopedie op schoot zoek ik de betekenis van “Quilten “ op. Ja, gevonden en ik lees: Quilten is het door stikwerk versieren van een deken. Na de eerste slok koffie vraag ik dan ook aan Hermine of deze uitleg van mijn encyclopedie de lading van het quilten wel dekt. Anno 2009 niet meer, maar als je terug gaat naar de oorsprong van het quilten, dat begon in de 19e eeuw, dan klopt dat wel zegt Hermine. Het is ontstaan uit pure armoede. Toen mensen met hun huifkar op doortocht waren van de ene Amerikaanse staat naar de andere, waren de vrouwen en meisjes bezig, de nog goede stukjes stof van een jurk of broek aan elkaar te naaien. Een onder- en een bovenkant, en daartussen nog een bepaalde stof, puur en alleen om de dekens wat meer dikte te geven. 

Hermine, getrouwd met een marineman, ging met hem en haar twee zoons in 1986 voor drie jaar naar Amerika. Daar zit je dan als vrouw. Je man naar zijn werk, de kinderen naar school en….. jijzelf, ja precies, thuis. Maar lotgenoten weten elkaar overal en altijd te vinden en zo ontmoette Hermine een andere thuiszitster, de echtgenote van een Canadese marineman die haar enthousiast wist te maken voor “quilten”. Wat eerst aarzelend begon (ik was geen handwerkster, nee ik las graag en veel en nog), groeide het quilten uit tot een favoriete hobby van Hermine. Dat is het nog tot op de dag van vandaag. Hoewel het nu noodgedwongen wel moeizamer gaat vanwege de artrose waar zij door geplaagd wordt. Dus uren achtereen quilten lukt niet meer.

In de afgelopen twintig jaar groeiden er prachtige creaties onder de handen van Hermine, van kleine tot flinke kanjers. Haar kleinste schepping meet 46 bij 46 centimeter en de grootste jongen die zij maakte is maar liefst twee en een half bij twee meter. En dat is een „skoft‟ werk weest‟ zoals dat in West-Friesland zo mooi heet. Op één van de foto‟s hangt de reus van een quiltknaap over de waslijn bij de ouders van Hermine. Vader en moeder Som waren 50 jaar getrouwd en wat is dan een geschikt cadeau? Juist, dit prachtige reusachtige werkstuk!. Gemeend zei Hermine tegen haar ouders dat elke steek ook een kus betekende die zij hen wilde geven. Nou als dat voor het „echie‟ had gemoeten dan denk ik dat Hermine een paar jaar nodig zou hebben gehad, want de hoeveelheid verwerkte steken waren niet te tellen.

Na haar Amerika-tijd en daarmee het onvermijdelijke afscheid van haar quiltvriendinnen, begon Hermine, eenmaal weer gesetteld in Den Helder, zelf met een groepje enthousiaste vrouwen. En dit groepje van zes dames komt in de wintermaanden nog steeds bij Hermine over de vloer om aan tafel de quiltsport te beoefenen. De werkstukken groeiden, maar ook de vriendschap die door Hermine als heel kostbaar werd en wordt ervaren. Niet dat mannen niet mogen of kunnen quilten, maar die zien het toch nog (on)terecht als een puur vrouwelijke bezigheid.

Rood draad loopt niet alleen door het quiltwerk maar ook als een rode draad door het leven van Hermine. Als zij een tweede kop koffie (en nog lekkere ook) inschenkt, blader ik het mooi uitgevoerde maandblad “Quiltnieuws” door, waarin veel foto‟s van de meest kleurrijke en kunstige werkstukken staan. Nee, al lang niet meer beperkt tot dekens en wandkleden, maar ook tassen, vlaggen, theemutsen etc. etc. Hoe mooi die er ook uit zien, Hermine houdt zich alleen bezig met het traditionele quilten. De Amish vrouwen in Amerika (een gemeenschap die niet is meegegaan of moet je zeggen mee heeft laten gaan) in de vaart der volkeren, zijn ook heel bedreven in het quiltwerk. Zij gebruiken echter uitsluitend en alleen effen katoenen stoffen in sterk contrasterende kleuren, maar zonder afbeeldingen, borduurseltjes of andere opsmuk. Hun geloofsovertuiging staat dit niet toe. Volgens hun overtuiging kan een werkstuk nooit volmaakt zijn, want er is er slechts één volmaakt en dat is God.

Hermine werkt uitsluitend vanaf voorbeelden. Zo heeft zij nu een prachtig kleed onder handen die zij als pakket in Frankrijk bestelde. Ze kiest gewoon liever voor zekerheid. En ook rondom deze hobby bestaan de nodige boek- en naslagwerken en die zijn dan ook naast veel ander soort leeswerk in ruime mate in huize van der Horst aanwezig. Aan het zogenoemde „quilten as you go‟ (voor de vuist weg), waagt Hermine zich liever niet.

Is quilten een dure hobby? Ja en nee. Zoals de meeste, zo niet alle hobby‟s geld kosten, ook aan de quilthobby kun je de nodige euro‟s kwijt. Zo moeten de zuiver katoenen stoffen bijvoorbeeld, meestal uit Amerika komen. Maar daar heb je dan ook wel wat voor. Maar wat dacht u van de ontelbare uren van het werkplezier die er te beleven zijn aan het quilten! Dié zijn onbetaalbaar, de aanschaf van een pakket niet.  

Het moeilijkste onderdeel van het quilten is het bij elkaar zoeken van de juiste kleurencombinaties, vindt Hermine. Al het andere is te leren al dan niet met behulp van workshops. In Anna Paulowna b.v. worden regelmatig workshops gehouden in „De Opkamer”. Eén van de belangrijke regels voor het mooi krijgen van een werkstuk, is de regelmaat van de steken. Dus niet de grootte van de steek, maar de regelmatigheid. En begin met iets kleins, zoals een kussen, luidt het advies van Hermine aan aspirant quilters en niet meteen met een lap van een meter of twee. In de afgelopen jaren heeft Hermine ruim twintig werkstukken gemaakt. Hangt haar hele huis er vol mee? Nee dat zeker niet. Er hangen er wel een paar en niet zo maar lukraak, ze passen perfect in haar met zorg ingerichte huis. Een functioneel pronkstuk in voornamelijk bruin- en groentinten gebruikt zij als warmhouder op de bank bij het lezen of TV kijken. Want zoals eerder opgemerkt is lezen van kinds af een nog grotere hobby dan het quilten. De top drie van Hermine ziet er dan ook als volgt uit: 1. Lezen. 2. Quilten en 3 ex-aequo, het sfeervol en gezellig houden van haar woning. Als het aan Hermine had gelegen (en ook een beetje aan mij) had het ook deze keer niet veel moeite gekost om de Schakel vol te krijgen met de rubriek: De Hobby van……..!

Vermeldenswaardig (althans voor mij) is nog dat de eerder genoemde „warmhouder‟ aan mij als erfstuk door Hermine in het vooruitzicht is gesteld. Ik spreek daarbij de oprechte wens uit dat het zowel voor de schenkster als voor de ontvanger tot in lengte van jaren bij deze schone belofte zal en mag blijven. Met een warme handdruk en het boek “Benjamins bruid” van Yvonne Keuls dat ik mag lezen van Hermine ga ik als een tevreden mens naar huis.

Note: Quilten en Hermine. Leerzaam en Gezellig Dit is de 18e aflevering van onze rubriek: De hobby van…Ik voel mij een bevoorrecht mens om gemeenteleden zo in „t wild te mogen ontmoeten. En ik hoop dat u enig plezier beleeft aan de stukjes en ook zo iets hebt als: Nooit geweten dat …. In portefeuille heb ik nog drie kandidaten, dus de koek is nog niet op en wie weet huizen er nog talloze Vredeskerkers onder ons met een hobby.

 

Rien Schelhaas, Gr. M. van Waardenburglaan 75, 1785 JN Den Helder Telefoon 633034, E-mailadres: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Dirk van Dijken, volkstuin

Dirk van Dijken,  volkstuin

 (Dirk is overleden)

Geduld, interesse en niet opzien tegen werken, dat is hét basisrecept voor de bezitter van een „Volkstuin‟. Zonder deze drie ingrediënten lukt het niet. Aan het woord is Dirk van Dijken, al zo‟n 30 jaar met dat recept zaaiend, wiedend, werkend, oogstend bezig op zijn volkstuin. Met het volgnummer 11 werd Dirk in 1975 ingeschreven op de wachtlijst bij de Gemeente Den Helder voor een lapje grond van zo‟n 200 m2 aan de Huisduinerweg. Denkend aan de lappen grond in het Groninger land, waar Dirk opgroeide in Bedum, was 200 vierkante meter dan wel niet veel, maar het tuinieren zat nu eenmaal in het bloed of zoals we dat tegenwoordig noemen het zit in de „genen‟ (dus kan hij er niks aan doen). Met name de opa van Dirk was een verwoed tuinder. Nee, het kon echt niet meer, maar opa ging toch dagelijks nog een uurtje wieden. Na dat „uurtje‟ moest de moeder van Dirk de tuin op om opa overeind te helpen.

Dezelfde geaardheid en interesse heeft de moeder Dirk ook altijd gehad. Toen zij als 90 jarige bij Hannie en Dirk logeerde vroeg ze gewoontegetrouw of er nog boontjes afgehaald moesten worden of dat er nog een ander „tuinwerkje‟ gedaan kon worden. Dat kon nog best, het was immers geen werk want je kon het toch zittend af.

Vijf jaar geleden verhuisde Dirk naar een stuk(je) grond op het volkstuinencomplex van de A.T.V. (Algemene Tuinders Vereniging) “Rijksweg”. Daar is Dirk erin geslaagd het lapje grond van zeshonderd vierkante meter om te toveren in een Hof van (H)eden. Om dit te bereiken en de „Hof‟ op peil te houden kom je Dirk wekelijks, gemiddeld zo‟n uur of vijftien tegen op zijn tuin. En dan zit je nog aan de lage kant volgens zijn vrouw Hanny.

Elk seizoen, voorjaar, zomer, herfst en winter, vraagt om de aandacht van de rechtgeaarde tuinman. Het voorbereidende werk, het bouwrijp maken van de tuin zoals het spitten en bemesten dat vindt Dirk eigenlijk het mooiste om te doen. Dat je de grond ruiken kunt, dat roept wat op in een mens. Een gevoel van verwachting en verwondering.

Wat als eerste opvalt op de tuin van Dirk, zijn de fruitbomen. En dan vooral de vele soorten appelbomen. De appel valt niet ver van de boom want bij het ouderlijke huis in Bedum lag een grote boomgaard. Naast bekende namen als James Greeve, Cox en de ouwe bekende, mooi rood op te poetsen Sterappel, vind je er ook de Schone van Boskoop en de Rode van Boskoop, maar ook appels met prachtige namen als: Discovery, Alkmene, Jacob Fischer en de laatste aanwinst de Lunterse Peppeling, een hoogstammer.

De verwerking van de tuinproducten zijn in handen van Hanny. Dat houdt in dat niet alleen de nodige groenten ingevroren worden maar er ook jam en sap gemaakt wordt van bessen, pruimen en van de „Herfstframboos‟, een overheerlijke herfstbloeier en vrucht.

Van de meestal rijke, overvloedige oogst profiteert ook menige buurman en buurvrouw. En Dirk is één van de belangrijke hofleveranciers voor de Oogstdienst in de Vredeskerk. Dus doordraaien van groente en fruit is niet aan de orde.

Ook een aanrader, volgens Hannie en Dirk, is een nieuw soort stokboon: de spekboon die heerlijk smaakt.

De favoriete groentesoorten van Dirk (qua smaak) zijn asperges en sla. Voor de konijnen, die volkstuinen als een waar paradijs beschouwen, gelden nou niet bepaald regels als favorieten. Want als die de kans krijgen, vreten ze alles wat los en vast zit. Dus afrasteringen rondom de tuin zijn onontbeerlijk. Bestrijdingsmiddelen worden niet gebruikt op de tuin van Dirk. Alleen bij aardappelen ontkomt geen enkele tuinder eraan, de aardappel moet wel beschermd worden tegen schimmelziekte. Maar voor de rest is het Biologisch Tuinieren.

Door de jarenlange ervaring, interesse en het bijhouden van vakbladen, weet Dirk zijn weetje. Medetuinders komen regelmatig bij Dirk langs om raad.

Vooral beginnende tuinders weten de weg naar de tuin van Dirk te vinden voor de nodige tips, want ook bij het tuinieren geldt, dat theorie en praktijk niet altijd een goed huwelijk blijkt te zijn. “Mijn andijvieplanten vallen om, hoe zou dat kunnen Dirk”? “Mijn prei staat te verpieteren terwijl ik toch alles volgens het boekje heb gedaan”. Meestal weet Dirk wel raad. Maar de natuur blijft de natuur en dat is maar gelukkig ook. Met een volkstuin beginnen is één, maar zoals dat voor de meeste zaken opgaat, het volhouden is een heel ander verhaal.

Daarom, begin met een stukje grond van 150 vierkante meter, is het eerste advies van Dirk aan nieuwkomers. En als verbouwing beginnen met bv. slabonen en spinazie. Want dat lukt meestal goed zonder al teveel bewerking. Ook vroege aardappelen poten hoort bij de aanraders van Dirk voor een startende volkstuinder. En vroege aardappelen zijn in de winkel bepaald niet goedkoop. Dus het mes snijdt aan twee kanten.

Wortelen daarentegen vragen om wat meer aandacht dan alleen maar zaaien. Zo moet er op tijd uitgedund worden, want dan kan de groei van de wortel herstellen. Daarna ook de wortelen aangieten. (vakterm voor het op een goede manier van water geven) De grond krijgt dan weer vastigheid, anders vallen de wortels om.

Ja,de vakantie gaat na het nodige gepuzzel wel door, maar komt nog wel eens in het gedrang en als er veel oogst verwerkt moet worden dan is dat niet altijd even leuk zegt Hannie, maar dat weegt allemaal niet op tegen het plezier wat Dirk beleeft aan zijn volkstuin. En al dertig jaar lang.

Aan het eind van het gesprek met Dirk doe ik het voorstel om het bord met de naam “A.T.V. Rijksweg” over te schilderen. Want er zijn namelijk meer Vredeskerkers die er een volkstuin runnen. Het bord met de nieuwe naam is tot ieders tevredenheid onthuld………

Mijn beloning voor dit idee: Een zak met heerlijke James Greeves, Schonen van Boskoop, Lunterse Peppelingen en…..

Rien Schelhaas

 

Trudy de Winter - Wolthoorn, kristal

(Trudy is overleden)
Toen ik de woonkamer bij Trudy binnen stapte waande ik me even in de toonzaal van Swarovski aan de IJsselmeerstraat. Een vitrinekast met prachtig kristal. En aan de muur kleine vitrines rijkelijk gevuld met vissen en dolfijnen. Maar ook met herten, apen, beren (bruine en ijsberen), stekelvarkens, koeien, olifanten, vogels, allemaal opvarenden in de ark van Noach in kristal.

Een eekhoorn deed als eerste zijn intrede in huize de Winter en dat was in 1983. Een verjaardagscadeau van haar vier zonen en van haar eind 2011 overleden man Leen. Inmiddels is de totale kristalcollectie uitgegroeid tot zo’n 270 stukjes en stukken. Van groot tot piepklein en het ene nog mooier dan het andere.

Net zoals dat in een kunstgalerie wordt gedaan gaan eerst de speciale handschoenen aan als de eekhoorn uit de vitrine wordt gehaald. Die handschoenen zijn niet overbodig, want veel van al dat moois is erg kwetsbaar. De reparatie van een gebroken pootje of een afgeknapt oortje kost al gauw twintig euro bij de ‘kristaldokter’. Maar dan zie je er ook geen barst(je) meer van.

Kwetsbaar of niet, afgestoft moet er worden en dan liefst twee maal per jaar en dan natuurlijk stuk voor stuk. Tot eind vorig jaar nam Leen dit zorgvuldige en geduld vergende klusje voor zijn rekening. Nu ontfermen zoon Martin en Bea zijn vrouw zich hierover. Het nauwkeurige karweitje vergt toch al gauw een dagdeel, dus zo’n uur of drie, vier. En ja waar gewerkt wordt….. Trudy vindt bijna alles wat zij aan kristal heeft staan, liggen en hangen mooi,en daarbij gaat haar voorkeur vooral uit naar de kleinere figuren.

Zij moet diep nadenken over mijn vraag wat haar favoriete stuk is. Kiezen is moeilijk en het wordt dan ook een ex aequo tussen het viertal papagaaitjes op een tak en de Bambi; een teer maar o zo mooi hertje, het laatste cadeau van Leen.

Wat het grootste stuk is in de verzameling van Trudy is niet moeilijk te raden. In één van de vitrines springt Flipper de dolfijn boven alles uit. Het bedrijf van Swarovski aan de IJsselmeerstraat staat er nog in volle glorie maar jammer genoeg werd het winkelgedeelte eind vorig jaar afgestoten. Juwelier “Het Gouden Anker” is nu een verkooppunt van het kristal. Maar de keuze is aanzienlijk beperkter en kopen vanaf een plaatje in de catalogus is nou eenmaal niet je dat.

 De plaats Wattens in Oostenrijk is het domicilie waar Swarovski kristal gevestigd is. Het Mekka voor de kristalliefhebber. Trudy is er drie keer geweest. De fabriek zelf is niet voor publiek toegankelijk, maar voor de rest is het smullen geblazen. Trudy laat mij een mini muurtje zien dat zij daar kocht, dat gemaakt is van allerlei stukjes kristal . Op het complex in Wattens is een hele grote broer van dit mini muurtje opgetrokken.

Wel eens spijt gehad van een aankoop Trudy? Nee, spijt niet zegt zij, maar kijk, daar staan een paar gekleurde koeien en die vind ik nou niet zo. Het W.K. voetbal 2008 werd in Zwitserland en Oostenrijk gehouden en dat was aanleiding voor Swarovski om kristallen koeien in kleur op de markt te brengen. Kopen mam, dat is leuk zei één van de zoons. En laten we wel wezen, een boer met één koe in de wei kun je nog geen boer noemen, dus de kudde heeft zich inmiddels uitgebreid tot een echte veestapel.

Op een rails hangen talloze sleutelhangers van kristal uit allerlei steden, zoals Salzburg, Brussel (manneke pis) en Kopenhagen (zeemeermin) en ja gelukkig hangt Den Helder er ook tussen.

Tijdens het gesprek met Trudy viel mij de mooie ring op die zij droeg. Een ring ingelegd met….ja u raadt het goed: kristal. Tot de verzameling van Trudy behoren een aantal sierraden zoals broches, kettingen en een horloge.

Thematisch verzamelen is een tip die Trudy heeft voor iemand die ook voor ‘kristal’ valt zoals dat heet. Want de mogelijkheden zijn (te)legio. De hoeveelheid en de grote verscheidenheid aan soorten die in de catalogus staan liegen er bepaald niet om. Voor mij zouden het de kerststerren worden als ik thematisch kristal zou gaan sparen denk ik. Vanaf 1991 komt er jaarlijks een nieuwe ster uit. Trudy heeft haar sterrenverzameling compleet. In de sterren die de afgelopen vier jaar uit zijn gekomen, zit goud verwerkt. Als vanaf de 1e adventszondag al deze sterren in de boom zijn opgehangen en het kaarslicht het kleurenspectrum doet schitteren, ja daar kan Trudy echt van genieten en dat is geen wonder.

En weet u wat Trudy voor haar verjaardag vraagt? U raadt het nooit, dus ik zeg het maar: Kristal van Swarovski. En weet u wat het wordt? Van haar jongens (met en zonder aanhang), krijgt zij een kleine Flipper. Maar mondje dicht hoor, bedankt.

Rien Schelhaas

Johanna Siersma-Cornielje, kippen en hanen verzamelen

September 2013
De hobby van ...
Johanna Siersma

Een mooi bakje met stro met twee kippen er in aan de muur vlak naast de deur, hier moeten Johanna en Arie Siersma wonen, dat kan niet missen. Tegen beter weten in, maar ik kan het toch niet laten, til ik één van de kippen op, maar nee geen ei, jammer. En dat is het grote verschil tussen de levende kakelaars en de zwijgende kippenfamilie die Johanna in de loop van 30 jaar heeft verzameld, die van haar zijn allemaal van de leg. Maar wat een mooie verzameling heeft die Johanna. Wat met één kip begon die zij van haar zwager en schoonzuster kreeg, groeide uit tot een indrukwekkende veestapel van meer dan 400 kippen en hanen van alle soorten, maten, kleuren en gewichten. In huize Siersma vind je Antwerpse Baardkrielen, Drentse Bolstaarten, Groninger Meeuwen, Barnevelder Leghorns, Nederlandse Sabelpootkrielen van papier, stof, aardewerk, hout of metaal.

Met voorzichtige maar terechte trots laat Johanna een aantal hoenders zien die zij van haar drie dochters had gekregen. Zo verraste dochter Linda haar met een gehaakt kleurrijk koppel kippen. Miranda nam uit Engeland een mooi chicken voor haar moeder mee. Door doortastendheid en de nodige lef zorgde dochter Ellen ervoor dat moeder Johanna een mooi exemplaar van een kip in handen kreeg. Hoe? In de vorige eeuw om precies te zijn in 1993 waren Arie en Johanna aan een nieuw bankstel toe. Op de meubelboulevard te Beverwijk maakten zij hun keus. In die winkel op een tafeltje stond een pracht van een kip. Wat mooi verzuchtte moeder Johanna, maar die zal wel een paar centen kosten. Ja dus, maar liefst fl. 65,00.!! Mooi laten staan dacht Johanna. Maar dochter Ellen dacht daar echter anders over. Zij was er als de kippen bij en kreeg het voor elkaar dat de kip mee kon naar Den Helder en dat de 65 gulden in de portemonnee van vader Arie bleef.

Het overgrote deel (zo’n 60%) van de indrukwekkende verzameling die Johanna in de loop der jaren heeft opgebouwd vallen onder de categorie: “Krijgertjes”. En dat is natuurlijk altijd leuk voor een hobby. Gekocht wordt er niet zo vaak meer. De laatste aankoop is een mooi duo van kip en haan gemaakt van aardewerk voor de somma van € 1,50 in een winkel met tweedehandsspullen. Echt een aanwinst voor de kast. Dure aankopen voor haar hobby doet Johanna niet en heeft zij ook nooit gedaan. Meer dan € 10,00 geeft zij er niet aan uit is haar principe. In al die dertig jaar dat zij nu gevederde vrienden spaart heeft zij nooit met de gedachte gespeeld om er mee te stoppen en de verzameling op te doeken. Zij heeft er tot op de dag van vandaag plezier in. Met haar laatste verjaardag kreeg zij nog een prachtige open gewerkte haan als cadeau. Zo komt er af en toe weer een nieuwkomer bij in de familie Kakelbont.

Nee op vakantie werd er niet echt gejaagd op nieuwe aanwinsten voor de hobby van Johanna, maar er staan wel fraaie exemplaren in de overbevolkte vitrinekast die mee genomen zijn van vakanties. Uit de snuisterijenwinkel op Vlieland verhuisde menige kip naar Den Helder en uit Tarvisio in Italië werd een mooie Gallina (kip) meegenomen en in de kast staat een uit hout gesneden fraaie Ajam (kip) te pronken die uit Indonesië werd meegebracht door een zus en zwager van Johanna. Er staan ook aandoenlijke kippenmaaksels in de vitrinekast. Wat te denken van het papieren werkstuk dat kleinzoon Tim jaren geleden had gefabriceerd voor oma Johanna. Of de gefiguurzaagde haan.

Op zoek naar de kip met de gouden eieren hoeft Johanna niet meer te gaan, want die heeft zij jaren geleden al gevonden in echtgenoot Arie.

Als je al dertig jaar deze hobby hebt en er dan zegge en schrijven slechts drie kippetjes kapoerewiet zijn gegaan dan kun je daar met bewondering chapeau op zeggen. En dat is extra bijzonder volgens Arie, want Johanna kent haar eigen kracht niet. Dus het is een mirakel.

Nog maar kort geleden zijn Johanna en Arie verhuisd. Alle kippen-en-hanen-families moesten één voor één in papier gewikkeld worden en zonder brokken te maken in verhuisdozen worden gedaan. Een klus die een uurtje of vijf in beslag nam. Maar bij het uitpakken was er geen kip zonder kop en geen haan zonder kam. De hele veestapel had de verhuizing zonder kleerscheuren overleefd. Een prestatie van formaat.

Tegenover de vitrine kast waarin het grootste gedeelte van de verzameling een plekje heeft gekregen staat een kast waarin een prachtig ontbijtservies staat met afbeeldingen van…… jawel kippen en hanen. Omdat ik een liefhebber ben van een gekookt eitje gaat mijn belangstelling met name uit naar de eierdopjes van het servies. Ik zal het mij wel verbeelden maar het lijkt net of de afgebeelde haan mij verwijtend aan kijkt. Maar ja een ei vind ik nou eenmaal heerlijk.

Als er iemand is die antwoord kan geven op de door de eeuwen door gestelde vraag: “Wat er eerder was de kip of het ei “, dan lijkt dat mij Johanna wel. Iemand die al ruim dertig jaar kippen en hanen in huis heeft zal het toch wel weten. En dat blijkt want zonder enige aarzeling is haar antwoord: De Kip. Dus dat is bij deze eens en voor altijd opgelost.

Ik voel me na een tweede kop koffie weer kiplekker en neem afscheid van de gastvrije Johanna en Arie. En wat krijg ik bij het weggaan in mijn handen gedrukt… jawel een doosje met kakelverse eieren. Zijn de kippen van Johanna dan toch niet van de leg??

Rien Schelhaas

Jan Spaans, jazz

De hobby van Jan Spaans

December 2012
Als je zou moeten raden wat de hobby van Jan is, dan hoef je maar één blik om de hoek van de kleinste slaapkamer in huize Spaans te doen en je weet het: muziek, muziek en nog eens muziek. Er is nog maar weinig beweegruimte in deze ‘Muziekkamer’. De vloer volgebouwd met honderden grammofoonplaten. De muren vol rekjes met Cd’s , cassettebandjes en boeken over muziek. De hoofdmoot van Jan’s verzameling bestaat uit jazz. Daarnaast nog een respectabele verzameling klassieke muziek. Maar ook opera, operette, zigeunermuziek en ‘Salon’ muziek. Salon muziek? Ja dat had je nog in de jaren vijftig van de vorige eeuw. André Rieu begon zijn carrière met het Maastrichts Salon Orkest. De jazzcollectie van Jan bestaat uit grofweg zo’n 400 elpees, 250 cassettebandjes, 50 bandrecorderbanden, 400 cd’s en ook nog de nodige videobanden en dvd’s. Zou die man nou nog wel weten waar wat staat, hangt of ligt vraag ik me af? Even testen. Ik vraag hem naar een bepaalde plaat en ja hoor elpee met hoesnummer 267 wordt tevoorschijn getoverd.

Begin jaren vijftig, Jan was toen 20 jaar, kocht zijn jongste (muzikale) zus een grammofoonplaatje van Erroll Garner, de bekende Jazzpianist, die, hoewel Erroll geen noot kon lezen, alles kon spelen. Het nummer ‘Johnny comes marching home’ sprak Jan bijzonder aan en zo raakte hij verknocht aan de jazz. Wat met dit grammofoonplaatje begon, groeide in 60 jaar uit tot een respectabele verzameling van boeken, platen, cassettes, cd’s en dvd’s. Ella Fitzgerald is zijn favoriete jazz-zangeres; zij had vooral een enorme veelzijdigheid. Als zanger kiest Jan na enig nadenken voor Nat King Cole. Maar die zingt toch lichte muziek, hoor ik u denken? Jazeker, maar voor hij de overstap naar de lichte muziek maakte was Nat beroemd geworden met het ‘Nat King Cole Jazz Trio’. Ook mensen als Chet Baker, Oscar Peterson, Jeff Hamilton zijn voor Jan grootheden.

Jan heeft in de loop der jaren heel wat jazzconcerten bijgewoond. In Den Helder in o.a. het voormalig Formosa in de Koningstraat. En de onvergetelijke nachtconcerten in het concertgebouw te Amsterdam. Die concerten begonnen om klokslag 24.00 uur en duurden tot 02.00 uur. En dan nog naar Den Helder? Nee, Jan had mazzel want naast het concertgebouw woonde tante Trien, en binnen tien minuten lag Jan te bed. Hij is al jaren lid van de landelijke vereniging “Dokter Jazz”. Twee keer per jaar komen de leden van de vereniging bij elkaar. Op zo’n dag (in november 2012 was het voor de 95e keer), treden er meestal zeven verschillende Jazzorkesten op. En de beurs die ook op deze dagen wordt gehouden is een waar el dorado voor de + 900 leden die de vereniging telt. Dagelijks luistert Jan naar muziek en dat varieert van een half uur tot zo’n twee en een half uur. Soms lijkt het, zegt hij, een beetje op een vlucht in de muziek. Dat doet me goed, ik knap er van op. Sommige stukken van, met name Johan Sebastiaan Bach kunnen hem beroeren, ontroeren. De ene keer is dit door een orgelwerk en de andere keer is het een cantate die me raakt. Wat zal een man als Bach weinig hebben geslapen zegt Jan, anders kan een mens toch nooit zoveel moois componeren.

Jan leerde zijn vrouw Nel uit Westerblokker in Alkmaar kennen waar zij als verpleegster werkte. Samen gingen zij naar een uitvoering van de Mattëus Passion in de Grote Kerk van Alkmaar. Het was steenkoud in de kerk en hoewel de muziek en zang hartverwarmend was, gebruikten de bezoekers een gasbrander die er in elk geval voor zorgde dat hun onderdanen warm bleven. De uitvoering van de Mattëus Passion in die imposante kerk was voor Jan en Nel genieten geblazen. Het is dan ook niet bij die ene keer gebleven.

Sommige stukken muziek kunnen me opvrolijken zegt Jan, maar er zijn ook stukken die me droevig stemmen hoewel ze prachtig zijn. Als voorbeeld van blijmakende muziek noemt Jan bepaalde nummers van de Dutch Swing College Band. Hij heeft dan ook regelmatig optredens bijgewoond van de band. Het slotkoor, uit de Mattëus Passion, hoewel ontroerend mooi, is voor hem een voorbeeld van muziek dat droevig stemt. Ik geloof dat dit niet alleen voor Jan geldt maar dat menigeen dit zal beamen.

Veel nieuwe cd’s koopt Jan niet meer. Ruimtegebrek? Nou weet je Rien, ik luister en haal veel muziek van internet af. De mogelijkheden en het aanbod zijn onuitputtelijk. En wat ik echt de moeite waard vind, download ik. Maar eerlijk is eerlijk zegt Jan, er zijn nog wel elpees of cd’s die ik wel zou willen hebben voor mijn verzameling. Maar die vallen onder het begrip “collector items”. En deze zijn niet alleen moeilijk te vinden, maar prijzen van € 100,00 euro en hoger worden kennelijk normaal gevonden en dat vind ik niet. In 1982 verscheen er een plaat van het Trio Pim Jacobs met als titel ‘Come Fly With Me’. Nou die zou ik best willen hebben, maar daar wordt zonder blikken of blozen € 125,-- voor gevraagd. En dat vind ik te gek voor woorden. Zelf had Jan graag een instrument leren bespelen, maar het is er, zoals dat heet, nooit van gekomen. Maar met terechte trots verteld Jan dat zijn kleinzoon het heel goed doet op het conservatorium. Drums is de eerste keus van derde jaar student Sjoerd, maar daarnaast is hij ook een verdienstelijk pianist. Zo ziet Jan iets terug van zijn droom in kleinzoon Sjoerd en dat is ook mooi.

Na nog een tweede kop koffie ga ik weer huiswaarts met mijn aantekeningen op zak en een hoofd vol muziek. Bij het uitlaten zegt Jan: vanmiddag moet ik invallen bij biljarten maar eerst ga ik nog een halfuurtje naar muziek luisteren. Mocht er nog enige twijfel bestaan over de hobby van Jan Spaans dan weten wij het nu zeker: Muziek!

Rien Schelhaas.

Cees Dekker, brandweerauto's

De hobby van……….. Cees Dekker

Februari 2009

Vraag een jongetje van een jaar of vier wat hij later wil worden en steevast komt in zijn top vijf de brandweerman voor en vaak ook nog eens bovenaan. Maar uitzonderingen bevestigen altijd weer de regel, want in het rijtje van Cees kwam de brandweerman niet voor. Sterker nog Ceesje van 4 had geen rijtje nodig, hij werd timmerman en dat was het dan. Daarom was het niet zo vreemd dat Cees voor zijn verjaardag een zak spijkers en een hamer vroeg. Ook de Sint zocht geen spijkers op laag water, maar voorzag Cees gul van timmermateriaal. En nu heeft de timmerman van toen een verzameling van brandweerauto‟s waar je u tegen zegt. Maar liefst driehonderd en zes ( 3 0 6 ) verschillende soorten schaalmodellen van bestaande brandweerauto‟s.

Bijna al deze juweeltjes staan te pronken in de hobbykamer van Cees, daarnaast staan er een flink aantal mooi te zijn in een door zijn vrouw Marijke gedoogde vitrinekast in de woonkamer. Als u mocht denken dat Marijke wel flink wat afstofwerk heeft aan dat rijke bezit van Cees dan zit u er naast, want het stofvrij houden van zijn wagenpark is volledig in handen van Cees zelf. Mocht er dan ook een onderdeeltje zoals een brandslang of reservewiel foetsie zijn, dan is er maar één die daar de schuld van kan krijgen en dat is Cees zelf. 

Zo‟n vijf jaar geleden is Cees zeg maar redelijk fanatiek brandweerauto‟s gaan sparen, daarvoor waren dat “auto‟s” in het algemeen. Vanuit de antieke „oudheid‟ ( 55 jaar geleden) had Cees wel een tweetal brandweerauto‟s van het merk Dinky Toy. Inmiddels zijn die twee wel wat roestig, maar ze rijden nog en een bijkomend voordeel is dat de jaarlijkse APK- keuring achterwege kan blijven.  

De verhouding is ongeveer 60 en 40 als je praat over gekochte en gekregen exemplaren. Voor aanvulling van de toch al indrukwekkende verzameling komt Cees met enige regelmatigheid in een winkel in de Vrouwenstraat te Alkmaar. Een kleine zaak ,maar een waar El Dorado voor de hobbyïst. Daar kocht hij zijn eerste aanwinst, een brandweerauto uit 1904 van het merk “Merry Weather”. Hij weet ook nog wat deze prachtige wagen hem heeft gekost: fl. 14,00. Als ik Cees vraag of hij ook een favoriet heeft binnen zijn collectie, dan pikt hij zonder aarzelen er twee tussen uit van het merk Ahrens-Fox. De ene uit het jaar 1927 en de andere uit 1932. Ik kan zijn keuze begrijpen,want het zijn echte uitspringers! In Rotterdam hebben deze wagens in het echie heel veel bluswerk verricht.

Het ene model rijdt jaarlijks mee in de optocht tijdens het Historisch Weekend in Den Helder. Dus dat wordt opletten de volgende optocht. De kleur is rood. Hé, hé, leuk hoor Rien Schelhaas, een brandweerauto is toch altijd rood. Nee dus. Meestal wel, daar hebt u gelijk in, maar je hebt bv ook groene (voor in het bos), witte, blauwe en auto‟s in de combikleuren rood en wit. Deze laatsten zijn brandweerauto en ambulance in één. En dan zit er echt meer in dan een doosje met pleisters. Slim eigenlijk zo‟n combibrandweerauto.

Sommige types zijn uitgerust met een vernuftig sproeisysteem die het mogelijk maakt om de cabine van de auto zelf te besproeien om deze koel te houden voor de bemanning in de auto. Ook bestaat er een grote variatie in het opslaan van het ladderwerk op of in de auto. Prachtig als je die steeds doorgaande ontwikkelingen terug ziet in de modellen van Cees.

Een hobby is als het goed is nooit compleet, er moet wat te wensen blijven, dus dat gaat ook op voor de verzameling van brandweerauto‟s. En heb je het nu over Gambia, Rusland of Urk, blusmateriaal is overal en altijd nodig en daarbij zijn brandweerauto‟s onontbeerlijk. Er is een scala van soorten en de ontwikkelingen staan ook niet stil, dus Cees kan tot in lengte van jaren zijn hart ophalen en de portemonnee in de aanslag houden. En wat voor alle hobby‟s geldt, geld kost het, de ene wel meer dan de andere maar toch. Maar goed Cees rookt niet.

Het duurste exemplaar dat bij Cees staat te pronken heeft hem € 80,00 gekost. Maar goed daar heb je dan ook wat voor: een Ahrens-Fox (dit voor de kenners).
Nee Cees waagt zich niet meer aan een aankoop via internet. Hij zag laatst een verleidelijk aanbod uit Italië. Ja natuurlijk eerst betalen en dan…. O ja het bestelde kwam, maar helaas bij lange na niet compleet. Uit de brand ben je maar niet heus. En een ezel in het gemeen stoot zich zoals u weet niet ….., nou Cees ook mooi niet. Dat eens maar nooit meer.

Er bestaan geen hobbyïsten zonder een hartewens. Dus Cees ook. Zijn „vurige‟ wens is een echte “Peterbilt”.
Deze Peter Brandweerauto toert rond in Amerika. Het is voor Cees tot op heden een onbereikbare schoonheid. Echt een plaatje. Het moet voorlopig blijven bij watertanden en plaatjes kijken. Te prijzig ?
Misschien biedt de kredietcrises een goede kans, want laten we wel zijn ook of misschien juist een Amerikaan wil graag wat verkopen om zijn hypotheek te kunnen blijven betalen. Dus Cees…!

Na twee heerlijke kopjes koffie en danig onder de indruk van de verzameling brandweerauto‟s spoed ik mij huiswaarts. Thuis gekomen heb ik de Helderse brandweercommandant opgebeld met het advies, dat mocht deze overgaan tot de aanschaf van een nieuwe brandweerauto, hij kan overwegen eerst langs Cees te gaan om een leuk model uit te zoeken. Ik zou het tenminste wel weten.

Rien Schelhaas.

P.s. Ceesje maakte je blij met een zakje spijkers, Cees maak je blij met een brandweerauto. Wie weet wat u nog ergens hebt liggen. Dus komt u wat tegen ………!

Jan Everhardus, schilderijen in olieverf

Maart 2013
Dit keer de hobby van Jan Everhardus
(Jan is overleden)

Rembrandt van Rijn zou het met mij eens zijn geweest, de schilderijen die Jan Everhardus maakt, getuigen van klasse. Op zijn rapport van de lagere school stond achter het vak tekenen een acht. Tekenen deed hij graag en goed. En kunnen tekenen is volgens Jan een basisvoorwaarde bij het schilderen. Er moet zo gezegd altijd tekening in een schilderij zitten. Jan werkte 40 jaar bij de “douane te water”, het laatst als schipper/dienstgeleider op de Alexander Gogel. Tijdens een detachering in Harlingen maakte Jan in zijn vrije tijd zijn eerste schilderij. Het werd een zeetjalk, gemaakt op een stuk hardboard, met gewone verf. Aan dit eerste werk zie je het al, die man heeft het. Toen ik hem vroeg hoeveel schilderijen hij in de loop van de jaren heeft gemaakt kwam hij uit op een aantal van zo’n 70 stuks. Volgens mij zullen het er wel meer zijn geweest, want dat bescheidenheid de mens siert, zoals het gezegde luidt, is zeker op Jan Everhardus van toepassing en loopt als een rode draad door ons gesprek heen.

Op veel van zijn werken behoren schepen tot een vast onderdeel. Tjalken, botters, loggers en aken en meer van dat soort fraaie schepen. En bij het opsommen van de namen van die oude schepen beginnen zijn ogen te glimmen en vallen er woorden als, akertje, breefok, strekboeg, tegenbrassen, kuildek en nog veel meer schipperslatijn. Ik moet dan toch ingrijpen en hem de wind uit de zeilen nemen want we raken uit de koers en ik wil terug naar de hobby van Jan, en dat is schilderen. Jan groeide op in Groningen waar zijn vader schipper/eigenaar was van een logger. Hij bracht zijn jeugd door aan en op het water en met schepen. Die liefde heeft hij altijd behouden. Zowel beroepsmatig als in zijn vrije tijd en bij het schilderen. In 1987 werd hij lid van de Noorder Kunstkring in Den Helder, dat sinds enige tijd gehuisvest is aan de Pasteurstraat. Echt op les is Jan nooit geweest. Van een aantal begaafde leden stak Jan wel het nodige op. Soms nodigde de vereniging een bekende schilder uit en daar deed hij ook zijn voordeel mee.

Jaarlijks houdt de Noorder Kunstkring met Pinksteren en Kerst een tentoonstelling van het werk van de leden. Ieder lid levert twee nieuwe werken in en nog een reserve dat zo nodig gebruikt wordt om de expositie goed gevuld te krijgen. Onlangs hebben In het Geminiziekenhuis een aantal schilderijen van Jan gehangen. Ook in de Bethelkerk en in het Huisduiner Kerkje was een aantal van zijn werken te zien. In Huisduinen exposeerde Jan dertien schilderijen en van de dertien werden er maar liefst negen verkocht. Een mooi resultaat voor de kunstenaar. Oh nee, kunstenaar mag ik hem niet noemen. Ik zei het al, hij is een bescheiden mens, gewoon een amateur schilder, maar ik zeg dan toch weer, wel een hele goeie! In de jaren vijftig pronkte menige Jutter met een ‘echte’ Jaarsma aan de muur. Jan liet mij ook een echte Jaarsma zien. Jaarsma woonde op de Zuidstraat en Jan kende Jaarsma goed en kwam geregeld bij deze bekende Helderse schilder over de vloer. Maar tegen u gezegd: doe mij maar een ‘echte’ Everhardus . Waarom? Gaat u zelf maar eens bij hem kijken dan weet u waarom. Voor mensen die verhuizen naar een andere streek van ons land heeft hij op hun verzoek bijvoorbeeld een strandgezicht gemaakt. Zij wilden een stukje van Nieuwediep meenemen en geef ze eens ongelijk. In menige Helderse huiskamer hangt een Everhardus.

 Jan schildert hoofdzakelijk uit het hoofd. De tjalken, loggers, botters kennen geen geheimen voor Jan. De verhoudingen van het schip zitten goed opgeslagen in zijn heldere bovenkamer. Buiten schilderen doet hij nooit. Alles gebeurt binnenshuis. En dan vooral in de herfst en winter. Nooit lang achter elkaar. De laatste jaren meestal een half uur tot een uur. Boven in zijn atelier, maar ook voor de gezelligheid vaak in huiskamer bij zijn vrouw voor wie hij mantelzorger is. De schilderijen die hij maakt hebben meestal een afmeting van 50 bij 80 of 40 bij 60 centimeter. Handy man als hij is maakt Jan voor de meeste van zijn schilderijen zelf de lijsten. En dat zijn geen scharrige lijstjes, om de drommel niet, die mogen gezien worden.

Een ondergrond van een schilderij van MDF of hardboard heeft zijn voorkeur. Dat houdt wel in dat er eerst drie lagen opgebracht moeten worden voordat het echte werk kan beginnen, maar dat heeft hij er wel voor over. En hij schildert met olieverf van goede kwaliteit met merken zoals Talens en Rembrand. Als een schilderij klaar is moet het afgelakt worden. Dat is niet alleen voor bescherming, maar ook “heldert” het schilderij er van op zoals de vakterm luidt. Maar dat aflakken kan pas na een halfjaar. Waarom? Omdat de verf bereid wordt op olijfolie basis en olijfolie droogt hèèèl langzaam. Weer wat geleerd.

Ja, kwasten heb je nodig om te schilderen, maar Jan gebruikt ook paletmesjes voor bijvoorbeeld de tuigage van een schip. Met zo’n spateltje op z’n kant gaat dat perfect. Het prachtige schilderij dat u ziet met de drie schepen met op de voorgrond een tjalk die voor de Friese kust ‘ droog’ ligt zoals dat heet vanwege het wantij, hing voor kort in de slaapkamer in de Narcisstraat. Met achteraf gezien de nodige spijt verkocht Jan het. Maar onder het motto dat gedane zaken geen keer nemen zit er niets anders op dan een nieuwe te maken en dat gaat eerstdaags dan ook gebeuren. En wie weet wordt het zelfs mooier dan de verkochte, hoewel…… dat kan bijna niet. Kunstenaars in het algemeen praten over het hebben of het toepassen van een eigen techniek. En dat zal ongetwijfeld zo zijn. Maar de nieuwe techniek die Jan mij liet zien tegen het einde van ons gesprek mag gerust heel bijzonder genoemd worden.

 

Ja, kwasten heb je nodig om te schilderen, maar Jan gebruikt ook paletmesjes voor bijvoorbeeld de tuigage van een schip. Met zo’n spateltje op z’n kant gaat dat perfect. Het prachtige schilderij dat u ziet met de drie schepen met op de voorgrond een tjalk die voor de Friese kust ‘ droog’ ligt zoals dat heet vanwege het wantij, hing voor kort in de slaapkamer in de Narcisstraat. Met achteraf gezien de nodige spijt verkocht Jan het. Maar onder het motto dat gedane zaken geen keer nemen zit er niets anders op dan een nieuwe te maken en dat gaat eerstdaags dan ook gebeuren. En wie weet wordt het zelfs mooier dan de verkochte, hoewel…… dat kan bijna niet. Kunstenaars in het algemeen praten over het hebben of het toepassen van een eigen techniek. En dat zal ongetwijfeld zo zijn. Maar de nieuwe techniek die Jan mij liet zien tegen het einde van ons gesprek mag gerust heel bijzonder genoemd worden.

Kijkt u ook wel eens naar het programma “Tussen Kunst en Kitsch”? Ik zie het al helemaal voor me. Er komt een uitzending vanuit de ‘Kathedraal’ op de voormalige rijkswerf. Ik ga er met een schilderij van Jan onder de arm naar toe. De uitzending begint en ik zit aan tafel met een deskundige. Die vraagt; hoe bent u aan dit schilderij gekomen. Vorig jaar bij Rataplan gekocht. En wat hebt u er voor betaald als ik mag vragen. Ik geloof € 7,50 inclusief de lijst. Dat heeft u dan goed gedaan meneer, zegt de deskundige, want op dit moment is het € 15.000,00 waard, want het is een ‘echte’ Everhardus.

Na een niet alleen leerzame maar ook gezellige middag stap ik weer op de fiets en onderweg naar huis denk ik: een expositie in de Vredeskerk dat lijkt me wel wat, daar ga ik werk van maken en dan kunnen wij allemaal kennis nemen van het werk van Jan en ons verbazen over de “Jan-Everhardus-techniek”.

Rien Schelhaas

Ank Doorn, theeserviesjes

De hobby van Ank Doorn

November 2007
Ank moest meteen al wat recht zetten na de eerste de beste vraag die ik haar stelde. Nee, ze spaarde geen mini serviesjes, máár mini kopjes en schoteltjes. En daarvan staan er maar liefst 77 in de vitrinekast te pronken in het

huis van Ank en Ferd. Ja, er staan wel een paar serviesjes bij Ank ,zoals een groen, compleet en gaaf stelletje van de grootmoeder van Ank. Maar omdat ook de in Drachten en Wolvega woonachtige drie zussen van Ank dit serviesje prachtig vinden staat het bij tourbeurt mooi te zijn in de huiskamer van één van de zussen. Momenteel staat het dus bij de jongste zus Ank in huize “Doorn” aan de Rietschooten. Hoe het sparen begon? Namens de Nederlandse Christelijke Vrouwenbond deed Ank bezoekwerk. Tijdens zo’n bezoekje bij mevr. v/d Laan-Baas, werd ze verrast met een kopje en een schoteltje. Een hobby was geboren.

In de afgelopen jaren is de verzameling uitgegroeid tot wat ze nu is. Zo’n 60% daarvan is gekocht, de andere 40% zijn krijgertjes. Voor de kinderen Doorn was het nooit moeilijk om een cadeautje te verzinnen voor moeder Ank haar verjaardag of moederdag. Zo vind je in de mooi ingerichte vitrinekast een prachtig setje van twaalf kopjes en schoteltjes van het merk “Royal Albert”. In de kopjes staan de twaalf maanden van het jaar te lezen. Een echt collectors item zoals dat heet. Toen Ank ze kreeg moest er FL 46,00 per stuk voor betaald worden en laatst zag Ank ze ook weer staan in de winkel. Voor het gemak van de winkelier was alleen het FL teken veranderd in het € teken, de cijfers waren hetzelfde gebleven ?!

Ja, deze Royal Alberts zijn ook de duurste exemplaren in Ank’s verzameling. De goedkoopste kostte Ank een hele gulden, een mooi gaaf setje wat ze tegen kwam op een rommelmarkt. En gaaf moeten ze wel zijn anders komen ze niet in de vitrinekast te staan Vorig jaar op bezoek bij een schoolvriendin in Canada werd de laatste aanwinst gekocht, een kop en schotel uit de plaats St. Jacob Ook staan er paar uit Israël, die door “Vredeskerkers” werden meegenomen van hun reis naar Israël in 1992.

Nee, als een prijs (te) gek is wordt er niet gekocht door Ank. Zover gaat de verzamelwoede niet. Hoewel? Vorig jaar waren Ank en Ferd in Amerika in de fameuze vlindertuin van Sioux. Daar stond een werkelijk prachtig kop en schoteltje als onderdeel van een duur maar o zo mooi serviesje. Zal ik wel of zal ik niet. Kijken, kijken en niet kopen? Ferd hakte uiteindelijk de knoop door. Je krijgt er spijt van Ank als je het niet doet. Gekocht! Nee, niet goedkoop maar mooi is het en ze heeft er danook geen spijt van! Op mijn vraag of er ook plastic voorkomt in haar verzameling is Ank heel stellig, nee het moet porselein zijn. En gelijmde spulletjes of setjes met een kleine beschadiging mogen niet.

Het afstoffen van de collectie dat twee keer per jaar toch moet gebeuren is dan ook een klus(je) wat Ank zelf ter hand neemt. Laat je dan wat vallen ( nog niet gebeurd) of…. dan hoef je een ander niet de schuld te geven en heb je aan je eigen spiegelbeeld genoeg om op af te reageren. Omdat de kopjes en schoteltjes die je koopt meestal op standaartjes van plastic staan, maakt de “Handy Man Ferd” deze subtiel na van hout en dat is toch stukken mooier.

De inmiddels groot gegroeide kleinkinderen hebben ook altijd de mooie verzameling van oma met rust gelaten. Als er al eens iets uit de vitrine kast gehaald werd , dan was dat één van de schitterende porseleinen speeldoosjes waar Ank er ook een aantal van heeft. Hoewel zij wel eens op markplaats.nl heeft gekeken,waren daar geen mini kopjes en schoteltjes te vinden. Nee, Ank is niet echt op jacht naar nog meer moois voor haar toch al rijke verzameling. De kast is vol, maar ja op vakantie kan ze toch niet laten om ….. en als je dan tegen iets moois aan loopt, ja dan…. En mocht een geliefd familielid, aardige vriend(in) of gewaardeerde kennis tijdens de vakantie denken: Dat is nou echt iets voor Ank, dan wordt er altijd met veel plezier een passend plekje ingeruimd. Ik kreeg de heerlijke koffie gelukkig niet in een mini kopje, maar in een maxi beker en ik dacht bij me zelf: Wat zijn er toch veel “Vredeskerkers” met een leuke hobby. Dat wordt iedere keer opnieuw bewezen, deze keer door Ank.

Rien Schelhaas

 

Angenieta Amoureus, patisserie

Angenieta Amoureus, Pr Willem Alexandersingel170.
Begin 2008.

Het schort dat Angenieta draagt, ais ze de deur open doet, is nog brandschoon. Dat zal snel anders worden als ze aan de slag gaat met een nieuwe taart. Met een mok koffie in de hand en een stukje heerlijke (zelfgemaakte, hoe kan het ook anders) "Brownie-cake" erbij, blader ik het fotoboek door met prachtige creaties van de vele taarten gemaakt door Angenieta Amoureus.
De hobby van patisserie (banketbakkerij) werd zo'n tien jaar geleden geboren in de Oranjerie: 'De Groene Parel' aan de Soembastraat in Den Helder.

Samen met een paar vriendinnen, die allemaal wel iets hadden met koken en bakken, besloot Angenieta een high tea te organiseren.
Angenieta Amoureus kreeg de smaak letterlijk en figuurlijk te pakken en ging op cursus bij de Internationale Decoratie School in Anna Paulowna. Er wordt vaak te pas en te onpas gezegd dat iets in de genen zit, maar ook haar moeder hield van koken en bakken en in Meppel is banketbakkerij" Amoureus" een begrip. Een oom van Angenieta zwaaide daar voorheen de scepter. Dus bij Angenieta is het te pas als wordt gezegd dat het in haar genen zit Het gebak van de Hema of. .... is best lekker hoor, maar het gaat vaak om standaard smaken en dat heeft natuurlijk alles te maken met snelheid en gemak En bij een zelfgemaakte taart kun je
eindeloos variëren met basis producten. En reken maar dat je dat proeft; er gaat immers niks boven zelfgemaakt spul!

Eén van de favorieten van Angenieta is de al eerder genoemde "Brownie-cake", die gemaakt wordt van chocolade en walnoten. Een blonde variant van de Brownie is de Blondie die samengesteld is van een pond fijngehakte witte chocolade en hazelnoten.

Dat fijn hakken is niet alleen veel werk maar ook nog eens zwaar werk. Dan is het leuk als één van de zoons dat klusje voor zijn rekening neemt. Ook wordt er spontaan geholpen met proeven!

Als Angenieta een high tea moet verzorgen of deelneemt aan een fair dan komen een paar sterke jongens goed van pas bij het inladen van de auto. En och een lekker stuk taart vergoedt veel.

Steeds vaker weten mensen Angenieta te vinden voor het maken van een taart. Daarbij gaat het om iubilea, verjaardagen, huwelijk en ..... Op één van de bijgaande foto's ziet u een fraai staaltje van decoratie en creativiteit.


Een prachtig groentetuintje.

Tijdens een fair op Noorderhaven vroeg iemand haar een taart te maken voor de 658 verjaardag van haar vader. Alleen het
probleem was dat de bewuste vader met een aantal vrienden net begonnen was met Sonja Bakkeren. Zo ontstond de groentetuin voor de jarige vader Kees met worteltjes, radijsjes en stokboontjes, maar wel van zoetigheid. Sorry hoor Sonja.

Kort geleden kreeg Angenieta een eervolle opdracht van de eigenaar van restaurant Het Duinpannetje in Callantsoog. De faam en smaak van de met roomboter gemarmerde Brownie was deze man ter ore gekomen en hij wilde haar baksel graag proberen En bij dat proberen is het niet gebleven en dat is natuurlijk best leuk.

Afwisseling, creativiteit zijn sleutelwoorden die Anqenieta noemt op mijn vraag wat haar zo aantrekt bij haar bijzondere hobby. En die woorden slaan ook op het organiseren van een high tea, het mooi aankleden van de tafel. En als dan de sfeer goed is en er leuke ontmoetingen en gesprekken ontstaan dan geeft dat haar heel veel voldoening.

Het maken en opmaken van een doorsnee taart vergt zo'n drie á vier uur. Vaak gaat daar ook nog het nodige denkwerk aan vooraf. Want voor wie is de taart bestemd, wat past bij die man of vrouwen dat soort vragen. Pas dan gaat ze aan de (be)slag. In de loop der tijd zijn er toch wel zon 125 heerlijke en mooi gedecoreerde taarten in haar bakkerij geproduceerd Sinds enige tijd beschikt ze over een "eigen" professioneel ingerichte banketbakkerskeuken. waar alle ingrediënten om een smaakvol en mooi product te maken in ruime mate aanwezig zijn.
In april gaat zij
naar een vriendin in Washington. Ze hoopt er een workshop te doen en gaat ook proberen een workshop te houden voor een aantal Amerikaanse dames. 

Tip van de interviewer: Angenieta, neem je fotoboekje mee, dan gaat dat zeker lukken!

 Voor de catechesemethode Provider verzorgt Angenieta al een aantal jaren het "Diaconaal taartbakken". Het bakken en versieren van zogenaamde weggeeftaarten. Vooraf bedenken de jongelui aan wie zij de taart willen geven Zo is er al eens een taart naar het "Blijf van mijn lijfhuis gegaan en naar de "Dak en Thuislozen". Dit jaar kreeg een buurman wiens vrouw kortgeleden overleed, van één van de baksters een taart. En een andere bakster maakte een feestelijke taart voor de vader en moeder van Daan, het nog maar een week oude neefje. Diaconaal taartbakken zinvol en lekker!

Voordat ik weer op de fiets stap, maak ik nog een foto van Angenieta Amoureus naast het raam met de mooie affiche met daarop het hoofd van een charmante 19de eeuwse Engelse dame, met daaronder:
"Angenietea's voor tee's en taarten".
Fietsend richting De Schooten proef ik nog de heerlijke smaak van het stukje "Brownie".

Rien Schelhaas

Japke Gerkema, kantklossen

De hobby van: Japke Gerkema, kantklossen

Bij ‘kantklossen’ denkt iedereen direct aan de stad Brugge in België, maar dat verandert als je bij Japke Gerkema binnen geweest bent. Want dan wordt het Den Helder en dan pas Brugge, in die volgorde. Je komt werkelijk ogen tekort bij het zien van al die verfijnde kunstwerken. Hier woont iemand die engelengeduld moet hebben. Een werkstuk snel af willen hebben lukt gewoon niet bij het kantklossen. ‘Dat kost geduld’, zegt Japke, maar het is ook zo dat mensen, die zeg maar rissig zijn, door het kantklossen juist leren geduld op te brengen.Als ik aan Japke vraag of ik ook kan leren kantklossen, hoeft zij niet lang na te denken. Iedereen kan het leren is haar overtuiging, want kantklossen is niet moeilijk. En er zijn goede mannelijke kantklossers, dus geen probleem als je het wilt leren. Na één les heb je met de zo genoemde ‘Linnenslag’, al iets leuks gemaakt. Als voorbeeld laat zij een boekenlegger zien die haar kleinzoon heeft gemaakt. Een knap stukje werk. Op de kop af 20 jaar is Japke nu met haar hobby bezig; zij besteedt er zo’n 10 á 12 uur per week aan. Meestal in haar eentje maar op de dinsdagmorgen vind je in haar huiskamer ook een aantal ‘kantklosvriendinnen’ en wordt er niet alleen flink op los geklost, gezelligheid en het sociale contact ontbreken daar zeker niet bij.

Dan is Japke de juf. Kantklossen is een hobby waar zij nooit genoeg van krijgt en die heel verslavend kan werken. En wat voor de computer geldt, gaat ook op voor het kantklossen: niet te lang achter elkaar want dat vraagt om nek- en polsproblemen. Als ik aan Japke vraag hoeveel werkstukken zij heeft gemaakt de afgelopen 20 jaar, moet ze diep nadenken. ‘Ik denk’, zegt ze, ‘zo’n 150 of misschien zijn het er wel 200’.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

‘En houd je alles zelf of verkoop je ook wel eens wat’, vraag ik haar. ‘Soms geef ik’, zegt Japke ‘aan iemand iets cadeau waar ik van weet dat hij of zij het mooi vindt, maar verkopen doe ik nooit’. Het mooiste stuk vind ze zelf, is een kleedje dat ze maakte voor een antiek dienblaadje. En het is waar, als u het ziet (en dat mag best van Japke), zult u het met mij eens zijn: het is werkelijk prachtig. In dit ‘kleedje’ zitten bij elkaar zo’n 500 uren werk!! En omdat de hoogbejaarde en begaafde zuster Judith uit de kloostergemeenschap ‘Withof’ in Etten Leur het patroon maakte voor Japke, geeft dat nog eens extra waarde aan het pronkstuk. ‘Om te kunnen kantklossen heb je volgens mij garen, spelden, klossen en een kussen nodig’. ‘Op een schaar na en het portie geduld klopt dat’, aldus Japke. Met behulp van 4 paar klossen kun je al iets maken. Dat is echt het minimum aan setjes klossen die je nodig hebt. Een maximum is er eigenlijk niet aan het aantal te gebruiken klossen. Voor sommige stukken zijn wel 400 á 500 paar klossen nodig. Daar heb je letterlijk en figuurlijk de handen vol aan, hoewel je altijd maar 4 klossen tegelijk in handen hebt. Soms moet er ‘achteruit’ geklost worden. Dat is te vergelijken met het uithalen van breiwerk. Want ja er bestaat mooi breiwerk en mooi kloswerk en dus moet er wel eens wat over gedaan worden. Het liefste werkt zij met wit garen, maar alle kleuren van de regenboog zijn mogelijk. En dat je niet alleen moet denken aan kleedjes klossen, bewijst Japke door op haar tafel een scala aan gevarieerd werk uit te stallen.

Zoals een haarborstel, verfraaid met fijn kantwerk, engelenfiguurtjes, een prachtige sjaal, een handtasje voorzien van fraai kantkloswerk, enz. enz. Zoals dat voor iedere hobby geldt, kun je van het kantklossen ook een dure hobby maken. Zo zijn er klossen van waaibomenhout te koop, maar ze zijn er ook van teak-, palissander- of rozenhout. Wat je maar wilt. Ieder land heeft zo zijn eigen soort klossen. In een rekje naast de schoorsteen in haar kamer hangen heel wat verschillende soorten klossen als verzamelobject. Het ronde kussen dat gebruikt wordt bij het klossen is heel goed zelf te maken, maar in hobbyzaken in b.v. Nieuweschans en Rotterdam zijn de meest mooie exemplaren te koop. Op schilderijen van b.v. Rembrandt en Frans Hals zie je vaak schitterende voorbeelden van kantkloswerk. Denkt u maar aan de prachtige kragen en versierde mouwen die te zien zijn op de portretten. Dus kantklossen is al een oud vak dat eeuwen geleden al uitgeoefend werd.

Japke ziet nu al uit naar de ‘Wereld Kant Tentoonstelling’ in 2008 . Die deze keer in Groningen gehouden wordt. Kantkloswerk in al zijn gevarieerdheid en uit alle delen van de wereld zal daar te zien zijn. Ook werk van Japke zal daar te bewonderen zijn. Welk onderwerp zij voor de tentoonstelling moet maken is nog niet bekend. De groep waarin Japke meewerkt, krijgt het thema dat uitgewerkt moet worden, nog te horen.

Rien Schelhaas

Paul en Olga van Buuren, poppenhuis op schaal

De hobby van: Paul en Olga van Buuren.

Poppenhuis op schaal

Op een miezerige middag ben ik bij Paul en Olga op bezoek gegaan om kennis te maken met één van hun hobby's. Een hobby zo werd mij al snel duidelijk waar ze samen met heel veel plezier aan werken: "Een poppenhuis"! Of eigenlijk is het geen huis, maar een kast die van de moeder van Olga is geweest, en deze kast is in de loop van zo'n 3000 arbeidsuren omgetoverd in een perfect ingericht huis. De minutieus nagebootste inrichting hoort thuis in de jaren 30 en 50 van de vorige eeuw. Bewoond door mensen van de gegoede stand.Paul nam de indeling van het huis voor zijn rekening en ging daarbij uit van een schaal van 1 op 12. Of het nu gaat om een stoeltje, kast, lamp, kop en schotel, figuurtje, vloerkleedje, je kunt het zo gek niet bedenken: Schaal 1 op 12! Nadat de vloeren waren gelegd, de badkamer betegeld en alle kamers behangen en geschilderd waren, kon met de inrichting worden begonnen.

Soms krijgen zij goedbedoelde en ook mooie spulletjes voor het poppenhuis. Maar als deze niet aan de verhouding voldoen, dan komen die niet in 'huis', want ja schaal 1 op 12 is nu eenmaal 1 op 12! Nee, deze spulletjes komen in het poppenhuis dat Paul heeft gemaakt voor de kleinkinderen. Want hoewel de vingers jeuken, voor hét poppenhuis geldt: je mag er alleen maar naar kijken en aankomen niet. Als je het één keer hebt gezien, dan snap je dat maar al te goed. Wat er wel en niet in huis komt, mag Olga uiteindelijk uitmaken. Wel zijn zij heel kritisch naar het werk van elkaar toe. Zo is recentelijk nog een tafelkleed van de hand van Olga, door Paul afgekeurd; het kleed was te stijf vond hij. Herrie in het poppenhuis?

Nee, klinkt het heel beslist: het werken aan het poppenhuis gaat in goede harmonie. Het komt aan op goed samenspel, anders lukt het niet. Nooit eens de neiging gehad om de hamer of de stopnaald erbij neer te gooien, vroeg ik aan hen. Nee, dat is nog nooit bij één van ons beiden opgekomen. Als je al van een rolverdeling kunt spreken, dan kun je zeggen dat al het naaiwerk, borduurwerk en breiwerk (op schaal) voor rekening komt van Olga. Al het overige werk neemt Paul voor zijn rekening, zoals het maken van stoelen, tafels, kasten, enz. Ook verlichting is er in overvloed. Kortom de inrichting is compleet. Of toch nog niet?


Zijn er dan nog wensen? Ja, Olga wil nog graag een fiets in huis hebben en een quilten bedsprei. Dat lukt haar niet, dat is een vak apart.Heeft Paul nog een wens? Ja, van de onderste la die in de kast zit, een compleet aangelegde tuin maken. Op schaal? Vast wel, maar dan denk ik: gaat dat ook lukken met bloemen en planten? Kan het prachtige poppenhuis ook bekeken worden, was mijn laatste vraag aan Paul en Olga. Van harte welkom klonk het uit één mond, dat vinden we leuk en we zijn best wel een beetje trots. Maar wel graag eerst even bellen. Telefoon: 633778.

Jurre Borsch, vlaggen verzamelen

Jurre Borsch spaart vlaggen

Ook zo zonder huisnummer is het niet moeilijk te raden waar Jurre woont. Want waar de vlag uithangt, daar woont de 12 jarige Jurre. En de vlag hangt niet alleen uit met bijzondere dagen, nee iedere dag gaat er een vlag in top en steeds een andere, want “vlaggen” zijn dé grote hobby van Jurre. Hij was 8 jaar toen hij met zijn eerste vlag thuis kwam. Gekregen van de meneer die voor de vlaggen zorgt die wapperen bij de winkels van het Ravelijncenter. Een bijzondere hobby was geboren.

 

Nieuwsgierig geworden ben ik op een woensdagmiddag naar ´Het huis met de vlag‟ gegaan. Toen ik de kamer binnenstapte lagen alle door Jurre gespaarde vlaggen (voor deze gelegenheid op overzichtelijke stapels) voor en op de kast. In alle maten en kleuren. Wel 100 dacht ik, maar nee fout geschat, het waren er maar liefst 180!! De kleinste zijn twee vlaggetjes voor de fiets; de Nederlandse en de Friese vlag. De grootste vlag uit de verzameling van Jurre is maar liefst vierenhalve meter, maar niet alleen lang, ook nog heel bijzonder. Want deze knots van een vlag wapperde tot 1978 bij een hotel op de Noordpool. Dat hotel met de naam „Polarsirkelen‟ moest door Willem Kodde in dat zelfde jaar worden ingericht als kamp voor Nederlandse Mariniers.Op de vlag staat ook in grote letters Polarsirkelen te lezen. Als souvenir meegenomen naar Nederland door kwartiermaker Willem Kodde en nu in het trotse bezit van Jurre.

Jurre moest er best een tijdje over nadenken, maar de mooiste en kleurrijkste vindt hij toch de vlag van Huisduinen. Deze kreeg hij cadeau van de bewoonster van het „Huis op de Berg‟ van Huisduinen. Nou zijn vlaggen natuurlijk het mooist als ze wapperen in de wind. Nou en wapperen dat doen de vlaggen van Jurre. In de achtertuin staat een echte vlaggenmast. Tijdens een novemberstorm lag deze mast omgewaaid voor de winkel van Buitendijk op het industrieterrein. Na afhandeling door de verzekering mocht deze gekortwiekte vlaggenmast verhuizen naar een nieuwe eigenaar in de van Alcmadestraat, ja inderdaad Jurre. Dagelijks gaat de vlag in top en steeds weer een andere. Ja, op bijzondere dagen, zoals Koninginnedag of Bevrijdingsdag gaat de vaderlandse driekleur omhoog, maar op andere dagen wordt een vlag van één van de stapels in top gehesen. De meeste van de 180 vlaggen zijn krijgertjes en niet alleen voor zijn verjaardag. Nee, Jurre heeft een ruime kring van leveranciers, zoals winkeliers, bedrijven, schepen, maar ook mensen van de Vredeskerk zorgen met de nodige regelmaat voor uitbreiding van zijn verzameling.

Momenteel staat bovenaan de verlanglijst van Jurre de wimpel van Friesland met een lengte van twee en een halve meter. Hij heeft er momenteel wel één, maar dat is er een van vier meter en die is te groot voor de vlaggenmast in de tuin. Meestal gaat Jurre op vakantie naar Ameland en natuurlijk moeten er vlaggen mee want voor de deur van het vakantiehuis staat ook een vlaggenmast. Maar ja welke vlaggen neem je nou mee? Wat is dat toch moeilijk om een keuze te maken. Het liefste zou Jurre ze alle 180 mee nemen, maar moeder Marion moet de knoop doorhakken bij het kiezen van de vijftien vlaggen die mee gaan naar Ameland. De verhuurder van het vakantiehuis ziet niet graag reclamevlaggen wapperen en …..ook geen vlaggen van de andere Waddeneilanden, want ja.. . Dus die vallen af en maken de keuze een ietsje minder moeilijk.

Vlaggen weggeven, weggooien of verkopen, nee dat doet Jurre niet. Wel leent hij regelmatig een vlag uit. Bij oma Borsch hangt ook een vlag van Jurre en op de volkstuin van opa en oma Dekker wappert ook dagelijks een vlag uit zijn verzameling. Daar staat ook een door Jurre georganiseerde vlaggenmast. Zes meter lang is deze mast maar liefst en ook dit is een „stormslachtoffer‟ en ook afkomstig van het industrieterrein. Ja, na afloop van een flinke storm gaat Jurre Jutter op inspectietocht door Den Helder, want je weet uiteindelijk maar nooit! De stapels vlaggen groeien gestaag, en de opbergmogelijkheden slinken. Maar het lukt Jurre (lees moeder Marion ) nog steeds. En hoewel Jurre met elke vlag blij is, wordt het sparen wel een beetje aan banden gelegd en worden er nu, met name vlaggen van steden, provincies en landen gespaard. Dus als u nog een vlag hebt???

Bent u benieuwd naar de verzameling van Jurre, dan bent u na een telefoontje vooraf hartelijk welkom in het „huis met de vlag‟. De kans is groot dat u dan ook een blik kan/mag/moet werpen op die andere grote hobby van Jurre: allerlei soorten lampen!! Broederlijk naast de vlaggenmast in de achtertuin staat een levensechte, levensgrote van de gemeente gekregen, originele, en van een officieel nummer voorziene, goed lichtgevende lantaarnpaal. Lampen in vele soorten, afmetingen en gewichten. Op de foto ziet u de terecht trotse Jurre met een 75 centimeter grote, natriumlamp die afkomstig is uit een lantaarnpaal aan de Rijksweg.

Maar een doorgepiepte lamp uit de vuurtoren, dat zou natuurlijk helemaal het einde zijn. Ooit zal die wens in vervulling gaan, zeker weten, want Jurre is al op bezoek geweest bij het Lichtschip, de contacten zijn al door hem gelegd en het motto: “de aanhouder wint” is Jurre op het lijf geschreven. De eretitel “Jurre de Jutter” is dan ook meer dan terecht en past prima bij hem. De kans is groot dat we Jurre over een paar jaar aan het werk zien aan de Helderse straatverlichting, want dat wil hij gaan doen, werken bij de Openbare Verlichting van Den Helder. Jurre, we gaan voor je duimen dat deze wens in vervulling zal gaan en als het eenmaal zover is dan, hangen wij allemaal de vlag uit.

Rien Schelhaas